Recessie

« Terug naar het overzicht

Problemen door mondpiercings op korte termijn

Mondpiercings kunnen verschillende problemen in de mond veroorzaken en gevolgen hebben voor de algemene gezondheid. Als het zetten van de mondpiercing volgens de algemene hygiëneregels gebeurt, is de kans op complicaties in de eerste weken na het plaatsen gering.

Tijdens of direct na het zetten van je mondpiercing kun je flauwvallen en ademhalingsproblemen of (langdurige) nabloedingen krijgen. Nieuwe piercings zijn open wonden en kunnen leiden tot infecties of ontstekingen. Pijn, roodheid, zwelling, warmte en eventueel ook wondvocht zijn de kenmerken. De kans op een infectie en ontsteking kun je met de juiste nazorg verkleinen. Informeer ernaar bij je piercer.

Als een ontsteking niet overgaat, neem dan contact op met je tandarts. Misschien moet je piercing worden verwijderd. Ondanks goede hygiënemaatregelen komen er via de piercingwond bacteriën in de bloedbaan terecht. Dat kan een infectie veroorzaken. Het plaatsen van tongpiercings kan in zeldzame gevallen een infectie aan het hart veroorzaken. Begin daarom niet aan een mondpiercing als je (aangeboren) hartproblemen hebt.

Problemen door mondpiercings op langere termijn

Mondpiercings kunnen op lange termijn tandvleesproblemen en tandbreuk veroorzaken. Daarnaast kunnen ze ingroeien.

Tandvleesproblemen
Mondpiercings kunnen bijdragen aan het ontstaan van tandvleesontsteking en teruggetrokken tandvlees. De wortels van de onderste snijtanden kunnen (gedeeltelijk) bloot komen te liggen. Dat kan gevoeligheid geven. Blootliggende wortels slijten sneller en zijn gevoeliger voor gaatjes. Eenmaal teruggetrokken tandvlees komt niet meer terug.

Tandbreuk
Door mondpiercings kunnen stukjes glazuur, maar ook grotere stukken van tanden of kiezen afbreken. Bij tongpiercings lopen in de meeste gevallen de grote kiezen schade op. Speel, bijt en tik niet met je piercing. Hiermee kun je schade aan je tanden aanbrengen.

Met een lippiercing is het risico op teruggetrokken tandvlees 4x groter.

Terugtrekkend tandvleesTandbreuk

« Terug naar het overzicht

Terugtrekkend tandvlees

« Terug naar het overzicht

Problemen door mondpiercings op korte termijn

Mondpiercings kunnen verschillende problemen in de mond veroorzaken en gevolgen hebben voor de algemene gezondheid. Als het zetten van de mondpiercing volgens de algemene hygiëneregels gebeurt, is de kans op complicaties in de eerste weken na het plaatsen gering.

Tijdens of direct na het zetten van je mondpiercing kun je flauwvallen en ademhalingsproblemen of (langdurige) nabloedingen krijgen. Nieuwe piercings zijn open wonden en kunnen leiden tot infecties of ontstekingen. Pijn, roodheid, zwelling, warmte en eventueel ook wondvocht zijn de kenmerken. De kans op een infectie en ontsteking kun je met de juiste nazorg verkleinen. Informeer ernaar bij je piercer.

Als een ontsteking niet overgaat, neem dan contact op met je tandarts. Misschien moet je piercing worden verwijderd. Ondanks goede hygiënemaatregelen komen er via de piercingwond bacteriën in de bloedbaan terecht. Dat kan een infectie veroorzaken. Het plaatsen van tongpiercings kan in zeldzame gevallen een infectie aan het hart veroorzaken. Begin daarom niet aan een mondpiercing als je (aangeboren) hartproblemen hebt.

Problemen door mondpiercings op langere termijn

Mondpiercings kunnen op lange termijn tandvleesproblemen en tandbreuk veroorzaken. Daarnaast kunnen ze ingroeien.

Tandvleesproblemen
Mondpiercings kunnen bijdragen aan het ontstaan van tandvleesontsteking en teruggetrokken tandvlees. De wortels van de onderste snijtanden kunnen (gedeeltelijk) bloot komen te liggen. Dat kan gevoeligheid geven. Blootliggende wortels slijten sneller en zijn gevoeliger voor gaatjes. Eenmaal teruggetrokken tandvlees komt niet meer terug.

Tandbreuk
Door mondpiercings kunnen stukjes glazuur, maar ook grotere stukken van tanden of kiezen afbreken. Bij tongpiercings lopen in de meeste gevallen de grote kiezen schade op. Speel, bijt en tik niet met je piercing. Hiermee kun je schade aan je tanden aanbrengen.

Met een lippiercing is het risico op teruggetrokken tandvlees 4x groter.

Terugtrekkend tandvleesTandbreuk

« Terug naar het overzicht

Zenuwvezels en kleine bloedvaten

« Terug naar het overzicht

Ontstoken tandweefsel geneest niet meer

Tanden en kiezen bestaan uit een kroon en één of meer wortels. De kroon is het deel dat u ziet. De wortels ziet u niet. Die zitten onder uw tandvlees in de kaak verankerd. In iedere wortel loopt een kanaal, het wortelkanaal. Hierin zitten zenuwvezels en kleine bloedvaten. Dit levend weefsel wordt ook wel pulpa genoemd. Als het weefsel ontstoken is of ontstoken is geweest, voert de tandarts een wortelkanaalbehandeling uit.

Wat gebeurt er tijdens een wortelkanaalbehandeling?

Tijdens een wortelkanaalbehandeling verwijdert de tandarts het ontstoken tandweefsel. Ontstoken tandweefsel geneest niet meer. Het is een onomkeerbaar proces. Daarom haalt uw tandarts het ontstoken weefsel weg. Een wortelkanaalbehandeling wordt ook wel kanaal- of zenuwbehandeling genoemd.

De wortelkanaalbehandeling
De wortelkanaalbehandeling gebeurt onder plaatselijke verdoving als uw tandweefsel nog (gedeeltelijk) ‘levend’ is. Een verdoving is soms niet nodig als uw tandweefsel al is afgestorven. Vaak maakt uw tandarts een of meer röntgenfoto’s. Zo heeft hij een goede controle over het verloop van de behandeling. Uw tandarts maakt eerst uw tand of kies open en verwijdert het ontstoken weefsel. Daarna reinigt hij het kanaal met kleine vijltjes en spoelt hij het met een desinfecterende spoelvloeistof. Vervolgens worden de kanalen gevuld. Na de wortelkanaalbehandeling maakt uw tandarts uw tand of kies weer dicht met een vulling. Als de kies is verzwakt, kan een kroon nodig zijn. Een tand of kies die op deze wijze is behandeld, kan nog lange tijd mee.

behandeling wortelkanaal behandeling wortelkanaal

« Terug naar het overzicht

Tandweefsel

« Terug naar het overzicht

Ontstoken tandweefsel geneest niet meer

Tanden en kiezen bestaan uit een kroon en één of meer wortels. De kroon is het deel dat u ziet. De wortels ziet u niet. Die zitten onder uw tandvlees in de kaak verankerd. In iedere wortel loopt een kanaal, het wortelkanaal. Hierin zitten zenuwvezels en kleine bloedvaten. Dit levend weefsel wordt ook wel pulpa genoemd. Als het weefsel ontstoken is of ontstoken is geweest, voert de tandarts een wortelkanaalbehandeling uit.

Wat gebeurt er tijdens een wortelkanaalbehandeling?

Tijdens een wortelkanaalbehandeling verwijdert de tandarts het ontstoken tandweefsel. Ontstoken tandweefsel geneest niet meer. Het is een onomkeerbaar proces. Daarom haalt uw tandarts het ontstoken weefsel weg. Een wortelkanaalbehandeling wordt ook wel kanaal- of zenuwbehandeling genoemd.

De wortelkanaalbehandeling
De wortelkanaalbehandeling gebeurt onder plaatselijke verdoving als uw tandweefsel nog (gedeeltelijk) ‘levend’ is. Een verdoving is soms niet nodig als uw tandweefsel al is afgestorven. Vaak maakt uw tandarts een of meer röntgenfoto’s. Zo heeft hij een goede controle over het verloop van de behandeling. Uw tandarts maakt eerst uw tand of kies open en verwijdert het ontstoken weefsel. Daarna reinigt hij het kanaal met kleine vijltjes en spoelt hij het met een desinfecterende spoelvloeistof. Vervolgens worden de kanalen gevuld. Na de wortelkanaalbehandeling maakt uw tandarts uw tand of kies weer dicht met een vulling. Als de kies is verzwakt, kan een kroon nodig zijn. Een tand of kies die op deze wijze is behandeld, kan nog lange tijd mee.

behandeling wortelkanaal behandeling wortelkanaal

« Terug naar het overzicht

Pulpa

« Terug naar het overzicht

Ontstoken tandweefsel geneest niet meer

Tanden en kiezen bestaan uit een kroon en één of meer wortels. De kroon is het deel dat u ziet. De wortels ziet u niet. Die zitten onder uw tandvlees in de kaak verankerd. In iedere wortel loopt een kanaal, het wortelkanaal. Hierin zitten zenuwvezels en kleine bloedvaten. Dit levend weefsel wordt ook wel pulpa genoemd. Als het weefsel ontstoken is of ontstoken is geweest, voert de tandarts een wortelkanaalbehandeling uit.

Wat gebeurt er tijdens een wortelkanaalbehandeling?

Tijdens een wortelkanaalbehandeling verwijdert de tandarts het ontstoken tandweefsel. Ontstoken tandweefsel geneest niet meer. Het is een onomkeerbaar proces. Daarom haalt uw tandarts het ontstoken weefsel weg. Een wortelkanaalbehandeling wordt ook wel kanaal- of zenuwbehandeling genoemd.

De wortelkanaalbehandeling
De wortelkanaalbehandeling gebeurt onder plaatselijke verdoving als uw tandweefsel nog (gedeeltelijk) ‘levend’ is. Een verdoving is soms niet nodig als uw tandweefsel al is afgestorven. Vaak maakt uw tandarts een of meer röntgenfoto’s. Zo heeft hij een goede controle over het verloop van de behandeling. Uw tandarts maakt eerst uw tand of kies open en verwijdert het ontstoken weefsel. Daarna reinigt hij het kanaal met kleine vijltjes en spoelt hij het met een desinfecterende spoelvloeistof. Vervolgens worden de kanalen gevuld. Na de wortelkanaalbehandeling maakt uw tandarts uw tand of kies weer dicht met een vulling. Als de kies is verzwakt, kan een kroon nodig zijn. Een tand of kies die op deze wijze is behandeld, kan nog lange tijd mee.

behandeling wortelkanaal behandeling wortelkanaal

« Terug naar het overzicht

Pubers

« Terug naar het overzicht

Hebben jongeren meer kans op tanderosie dan volwassenen?

Jongeren drinken veel vaker en meer fris-, sport-, andere mixdranken en vruchtensappen. Bovendien zijn de voedingsgewoonten ingrijpend veranderd. Daarom hebben vooral jongeren meer kans op tanderosie.

De rol van erosie bij gebitsslijtage

Gebitsslijtage is deels een natuurlijk fenomeen, je gebit slijt omdat je het gebruikt. Daarvoor is zelden behandeling nodig. Tanderosie kan gebitsslijtage versnellen, waardoor op jonge leeftijd al veel tandmateriaal verloren gaat. Het is zaak deze versnelling te stoppen.

« Terug naar het overzicht