Loszittend kunstgebit

« Terug naar het overzicht

Slinken van de kaken bij een overkappingsprothese

Ongeveer vijftien procent van de Nederlandse bevolking van zestien jaar en ouder draagt een gedeeltelijk of een volledig ‘gewoon’ kunstgebit. Bijna eenderde deel van deze mensen heeft er regelmatig problemen mee. Vaak past na verloop van tijd het kunstgebit niet goed meer. Dat komt meestal door het slinken van de kaken. Hierdoor ontstaat ruimte tussen het kunstgebit en de kaak. Het kunstgebit gaat dan steeds losser zitten.

Als enkele wortels van uw tanden of kiezen behouden blijven, kan het slinken van uw kaken voor een groot deel worden voorkomen. De druk die ontstaat door het kauwen, wordt bij een ‘gewoon’ kunstgebit opgevangen door de tandeloze kaken. Bij een overkappingsprothese wordt die voor een belangrijk deel opgevangen door de wortels onder het kunstgebit. Hierdoor slinken de kaken minder snel.

overkappingsprothese

De eerste dagen met een plaat- of frameprothese

Enige dagen nadat de tandarts of tandprotheticus de plaat- of frameprothese in uw mond heeft geplaatst, controleert deze de prothese. U praat wellicht nog een beetje onwennig als u de prothese net draagt. Sommige klanken klinken een beetje anders. Dit is normaal en gaat vanzelf over. U moet gewoon even aan de prothese wennen. Blijven er klachten bestaan, neem dan contact op met uw behandelaar. Als uw prothese goed zit, zal de tandarts deze controleren tijdens de halfjaarlijkse controle van uw eigen gebit.

 

Eenmaal een kunstgebit, voor altijd klaar?

Na verloop van tijd bent u gewend aan uw nieuwe kunsttanden en -kiezen. Zo goed zelfs, dat het lijkt alsof ze er altijd zijn geweest. Maar dat blijft niet zo. Uw mond verandert omdat uw kaken slinken. Uw kunstgebit blijft wel even groot. Er ontstaat dus ruimte tussen uw kunstgebit en uw
kaak waardoor uw kunstgebit op den duur losser gaat zitten. Als uw kunstgebit niet goed meer past, kan het op sommige plaatsen op uw kaak zwaarder gaan drukken dan op andere.
Dat kan pijn veroorzaken. Schuur of vijl niet zelf aan uw kunstgebit, maar ga naar uw behandelaar! In zo’n geval past uw behandelaar uw kunstgebit aan. Hij kan een nieuwe laag of ‘voering’ in uw kunstgebit aanbrengen, waardoor het weer vaster zit.

kunstgebit Uw kaken slinken

Controle door uw behandelaar is belangrijk

Om pijn te voorkomen en om loszitten van uw kunstgebit tijdig te kunnen constateren, is het aan te raden minstens één keer per twee jaar naar de behandelaar voor controle te gaan. Ga ook als u geen klachten heeft. Het slinken van uw kaken gaat heel ongemerkt. Het zal u in eerste instantie dus niet opvallen. Uw behandelaar kan uw kunstgebit weer goed passend maken. Of hij kan u op tijd aanraden een nieuwe te nemen, want ook een kunstgebit kan verslijten. De behandelaar controleert bovendien of uw mond nog goed gezond is. Vooral mensen met een slecht passend kunstgebit of mensen die hun kunstgebit al jarenlang dragen, kunnen vervelende mondafwijkingen krijgen.

 

« Terug naar het overzicht

Pasvom kunstgebit

« Terug naar het overzicht

Slinken van de kaken bij een overkappingsprothese

Ongeveer vijftien procent van de Nederlandse bevolking van zestien jaar en ouder draagt een gedeeltelijk of een volledig ‘gewoon’ kunstgebit. Bijna eenderde deel van deze mensen heeft er regelmatig problemen mee. Vaak past na verloop van tijd het kunstgebit niet goed meer. Dat komt meestal door het slinken van de kaken. Hierdoor ontstaat ruimte tussen het kunstgebit en de kaak. Het kunstgebit gaat dan steeds losser zitten.

Als enkele wortels van uw tanden of kiezen behouden blijven, kan het slinken van uw kaken voor een groot deel worden voorkomen. De druk die ontstaat door het kauwen, wordt bij een ‘gewoon’ kunstgebit opgevangen door de tandeloze kaken. Bij een overkappingsprothese wordt die voor een belangrijk deel opgevangen door de wortels onder het kunstgebit. Hierdoor slinken de kaken minder snel.

overkappingsprothese

De eerste dagen met een plaat- of frameprothese

Enige dagen nadat de tandarts of tandprotheticus de plaat- of frameprothese in uw mond heeft geplaatst, controleert deze de prothese. U praat wellicht nog een beetje onwennig als u de prothese net draagt. Sommige klanken klinken een beetje anders. Dit is normaal en gaat vanzelf over. U moet gewoon even aan de prothese wennen. Blijven er klachten bestaan, neem dan contact op met uw behandelaar. Als uw prothese goed zit, zal de tandarts deze controleren tijdens de halfjaarlijkse controle van uw eigen gebit.

 

Eenmaal een kunstgebit, voor altijd klaar?

Na verloop van tijd bent u gewend aan uw nieuwe kunsttanden en -kiezen. Zo goed zelfs, dat het lijkt alsof ze er altijd zijn geweest. Maar dat blijft niet zo. Uw mond verandert omdat uw kaken slinken. Uw kunstgebit blijft wel even groot. Er ontstaat dus ruimte tussen uw kunstgebit en uw
kaak waardoor uw kunstgebit op den duur losser gaat zitten. Als uw kunstgebit niet goed meer past, kan het op sommige plaatsen op uw kaak zwaarder gaan drukken dan op andere.
Dat kan pijn veroorzaken. Schuur of vijl niet zelf aan uw kunstgebit, maar ga naar uw behandelaar! In zo’n geval past uw behandelaar uw kunstgebit aan. Hij kan een nieuwe laag of ‘voering’ in uw kunstgebit aanbrengen, waardoor het weer vaster zit.

kunstgebit Uw kaken slinken

Controle door uw behandelaar is belangrijk

Om pijn te voorkomen en om loszitten van uw kunstgebit tijdig te kunnen constateren, is het aan te raden minstens één keer per twee jaar naar de behandelaar voor controle te gaan. Ga ook als u geen klachten heeft. Het slinken van uw kaken gaat heel ongemerkt. Het zal u in eerste instantie dus niet opvallen. Uw behandelaar kan uw kunstgebit weer goed passend maken. Of hij kan u op tijd aanraden een nieuwe te nemen, want ook een kunstgebit kan verslijten. De behandelaar controleert bovendien of uw mond nog goed gezond is. Vooral mensen met een slecht passend kunstgebit of mensen die hun kunstgebit al jarenlang dragen, kunnen vervelende mondafwijkingen krijgen.

 

« Terug naar het overzicht

Tongpiercing

« Terug naar het overzicht

Mondpiercings

Piercings zijn populair. Ongeveer 5% van de jongvolwassenen heeft een mondpiercing. Wil of heb je een mondpiercing laten zetten? Let dan op de keuze van materiaal, de plaats in je mond, de kwaliteit van het aanbrengen en de verzorging van je mond(piercing). Het aanbrengen en dragen van een mondpiercing is niet zonder risico’s. Met de juiste keuzes en verzorging kun je veel problemen voorkomen.

In je tong of in je lip?

Tongpiercings komen het meeste voor. Zorg ervoor dat je tongpiercing in het midden en ver genoeg achter op je tong wordt geplaatst. Je kunt blijvende schade voorkomen als de tongpiercing je tanden en tandvlees niet raakt. Daarna is de lippiercing het populairst. Let erop dat de piercer de platte achterkant van je lippiercing niet op je tandvleesrand plaatst. Zo is er minder kans dat je tandvlees beschadigt.

tongpiercing

Leeftijdsgrens en toestemming

In Nederland moet je twaalf jaar of ouder zijn als je een mondpiercing wilt laten zetten. Tussen de twaalf en zestien jaar moet een ouder toestemming geven en aanwezig zijn als de mondpiercing wordt gezet. Vanaf zestien jaar kun je zelf beslissen. Eerst moet je een toestemmingsformulier invullen met vragen over je gezondheid, informatie over vrijwilligheid en risico’s van piercen. Informeer de piercer over ziektes die je hebt (gehad), allergieën, huidproblemen en medicijnen die je gebruikt.

lippiercing

De juiste materialen

In Nederland gebruiken piercers over het algemeen veilige materialen. Piercings zijn vaak gemaakt van chirurgisch staal of titanium. Ook moeten mondsieraden een hoogglanzende buitenlaag en een superglad oppervlak hebben. Een piercing mag een kleine hoeveelheid nikkel bevatten. Let op dat nikkel een allergische reactie, zoals eczeem, kan veroorzaken.

Speel niet met je mondpiercing. Hiermee kun je je tanden en tandvlees blijvend beschadigen.

Piecings

Kies een professionele piercer

In Nederland geldt een wet voor het zetten van piercings. Ook is er een verplichte hygiënerichtlijn voor piercers. Piercers die voldoen, krijgen een vergunning. De GGD controleert of de piercingstudio’s zich houden aan de richtlijnen. Onhygiënisch werken kan ernstige gevaren voor de gezondheid met zich meebrengen (zoals infecties, Hepatitis B, C en HIV). Een piercer moet bijvoorbeeld gesteriliseerde instrumenten en veilige materialen gebruiken. Daarnaast moeten de ruimte en medewerkers aan strikte eisen voldoen. Kies je piercer dus zorgvuldig! Op www.veiligtatoeerenenpiercen.nl staan piercers met een vergunning.

handschoen

Het zetten van de mondpiercing

Het zetten van een mondpiercing gaat relatief snel en makkelijk. Verdoving is niet gebruikelijk. Sommigen voelen niets en anderen voelen zich een moment onaangenaam. De piercer gebruikt een tang om de beweeglijke tong of lip vast te klemmen tijdens het piercen. Het is niet verstandig zelf een piercing te zetten. De instrumenten die ‘doe-het-zelvers’ voor de doorboring gebruiken, zijn niet steriel en dus ongeschikt. Ook boren ze vaak op een verkeerde plaats, waardoor bloedvaten of zenuwen geraakt kunnen worden en de piercing niet goed blijft zitten. De kans op infectie bij zelfpiercen is groot.

 

Genezing

Direct na het zetten van de piercing is zwelling en roodheid normaal. Ook een lichte afscheiding van wondvocht is gebruikelijk. Het weefsel kan licht bloeden, gekneusd en gevoelig zijn. Koelen met ijs kan helpen de zwelling te verminderen en kan daarmee de napijn beperken. Tegen de pijn kun je eventueel paracetamol gebruiken. Eventuele lichamelijke klachten, zoals jeuk en roodheid moeten binnen 48 uur na het zetten zijn afgenomen.

De genezingstijd varieert per piercing en per persoon. De eigen wond- en mondverzorging is van invloed op de genezingstijd. Bij tongpiercings kan dit proces tussen de vier tot zes weken duren, bij lippiercings zeven tot negen weken.

Vanwege de zwelling, wordt bij het zetten van een tongpiercing meestal een lang staafje  geplaatst. Vervang het staafje door een kortere variant als de wond is genezen. Daarmee voorkom je dat de mondpiercing je tanden en tandvlees raakt bij het eten en praten. De kans op blijvende schade aan je tanden en tandvlees is dan minder groot.

Plaats een goed passend sieraad. Hiermee voorkom je blijvende schade aan je tanden en tandvlees.

handen wassen

Met je piercing naar de tandarts

Laat je mondzorgverlener weten dat je een mondpiercing draagt. Laat controleren of je piercing invloed heeft op je gebit en mondgezondheid. In geval van een verdoving in de onderkaak kan de behandelaar vragen je piercing weg te halen. Naar het ziekenhuis? Zorg dan dat je je mondpiercing(s) verwijdert als er röntgenfoto’s van je hoofd-halsgebied worden gemaakt.

 

Problemen door mondpiercings op korte termijn

Mondpiercings kunnen verschillende problemen in de mond veroorzaken en gevolgen hebben voor de algemene gezondheid. Als het zetten van de mondpiercing volgens de algemene hygiëneregels gebeurt, is de kans op complicaties in de eerste weken na het plaatsen gering.

Tijdens of direct na het zetten van je mondpiercing kun je flauwvallen en ademhalingsproblemen of (langdurige) nabloedingen krijgen. Nieuwe piercings zijn open wonden en kunnen leiden tot infecties of ontstekingen. Pijn, roodheid, zwelling, warmte en eventueel ook wondvocht zijn de kenmerken. De kans op een infectie en ontsteking kun je met de juiste nazorg verkleinen. Informeer ernaar bij je piercer.

Als een ontsteking niet overgaat, neem dan contact op met je tandarts. Misschien moet je piercing worden verwijderd. Ondanks goede hygiënemaatregelen komen er via de piercingwond bacteriën in de bloedbaan terecht. Dat kan een infectie veroorzaken. Het plaatsen van tongpiercings kan in zeldzame gevallen een infectie aan het hart veroorzaken. Begin daarom niet aan een mondpiercing als je (aangeboren) hartproblemen hebt.

 

Mondverzorging bij mondpiercings

Mondhygiëne is het sleutelwoord voor dragers van mondpiercings. Poets je tanden twee keer per dag twee minuten zorgvuldig met een zachte tandenborstel met fluoridetandpasta. Houd ook de ruimten tussen de tanden en kiezen goed schoon. Overleg met je mondzorgverlener of en zo ja welk hulpmiddel je moet gebruiken. Poets, als de wond is genezen, ook je piercing dagelijks met een zachte tandenborstel, zodat tandplak en tandsteen geen kans hebben zich aan de piercing te hechten. Blijft de piercing er vies uitzien na het poetsen? Mogelijk zit er tandsteen op. Je piercing verwijderen of een nieuwe plaatsen is dan de beste oplossing.

 

Problemen door mondpiercings op langere termijn

Mondpiercings kunnen op lange termijn tandvleesproblemen en tandbreuk veroorzaken. Daarnaast kunnen ze ingroeien.

Tandvleesproblemen
Mondpiercings kunnen bijdragen aan het ontstaan van tandvleesontsteking en teruggetrokken tandvlees. De wortels van de onderste snijtanden kunnen (gedeeltelijk) bloot komen te liggen. Dat kan gevoeligheid geven. Blootliggende wortels slijten sneller en zijn gevoeliger voor gaatjes. Eenmaal teruggetrokken tandvlees komt niet meer terug.

Tandbreuk
Door mondpiercings kunnen stukjes glazuur, maar ook grotere stukken van tanden of kiezen afbreken. Bij tongpiercings lopen in de meeste gevallen de grote kiezen schade op. Speel, bijt en tik niet met je piercing. Hiermee kun je schade aan je tanden aanbrengen.

Met een lippiercing is het risico op teruggetrokken tandvlees 4x groter.

 

Weet je het zeker?

Denk goed na of je écht een mondpiercing wilt laten zetten. Staat jouw besluit voor een  mondpiercing vast? Kies dan een professionele piercer en laat je goed adviseren. Zorg dagelijks voor goede mondhygiëne en bezoek regelmatig je mondzorgverlener voor controle van je mond(piercing).

Nog vragen?
Neem dan contact op met je tandarts of mondhygiënist. Meer informatie is ook beschikbaar via www.ggd.nl en op www.veiligtatoeerenenpiercen.nl.

« Terug naar het overzicht

Lippiercing

« Terug naar het overzicht

Mondpiercings

Piercings zijn populair. Ongeveer 5% van de jongvolwassenen heeft een mondpiercing. Wil of heb je een mondpiercing laten zetten? Let dan op de keuze van materiaal, de plaats in je mond, de kwaliteit van het aanbrengen en de verzorging van je mond(piercing). Het aanbrengen en dragen van een mondpiercing is niet zonder risico’s. Met de juiste keuzes en verzorging kun je veel problemen voorkomen.

In je tong of in je lip?

Tongpiercings komen het meeste voor. Zorg ervoor dat je tongpiercing in het midden en ver genoeg achter op je tong wordt geplaatst. Je kunt blijvende schade voorkomen als de tongpiercing je tanden en tandvlees niet raakt. Daarna is de lippiercing het populairst. Let erop dat de piercer de platte achterkant van je lippiercing niet op je tandvleesrand plaatst. Zo is er minder kans dat je tandvlees beschadigt.

tongpiercing

Leeftijdsgrens en toestemming

In Nederland moet je twaalf jaar of ouder zijn als je een mondpiercing wilt laten zetten. Tussen de twaalf en zestien jaar moet een ouder toestemming geven en aanwezig zijn als de mondpiercing wordt gezet. Vanaf zestien jaar kun je zelf beslissen. Eerst moet je een toestemmingsformulier invullen met vragen over je gezondheid, informatie over vrijwilligheid en risico’s van piercen. Informeer de piercer over ziektes die je hebt (gehad), allergieën, huidproblemen en medicijnen die je gebruikt.

lippiercing

De juiste materialen

In Nederland gebruiken piercers over het algemeen veilige materialen. Piercings zijn vaak gemaakt van chirurgisch staal of titanium. Ook moeten mondsieraden een hoogglanzende buitenlaag en een superglad oppervlak hebben. Een piercing mag een kleine hoeveelheid nikkel bevatten. Let op dat nikkel een allergische reactie, zoals eczeem, kan veroorzaken.

Speel niet met je mondpiercing. Hiermee kun je je tanden en tandvlees blijvend beschadigen.

Piecings

Kies een professionele piercer

In Nederland geldt een wet voor het zetten van piercings. Ook is er een verplichte hygiënerichtlijn voor piercers. Piercers die voldoen, krijgen een vergunning. De GGD controleert of de piercingstudio’s zich houden aan de richtlijnen. Onhygiënisch werken kan ernstige gevaren voor de gezondheid met zich meebrengen (zoals infecties, Hepatitis B, C en HIV). Een piercer moet bijvoorbeeld gesteriliseerde instrumenten en veilige materialen gebruiken. Daarnaast moeten de ruimte en medewerkers aan strikte eisen voldoen. Kies je piercer dus zorgvuldig! Op www.veiligtatoeerenenpiercen.nl staan piercers met een vergunning.

handschoen

Het zetten van de mondpiercing

Het zetten van een mondpiercing gaat relatief snel en makkelijk. Verdoving is niet gebruikelijk. Sommigen voelen niets en anderen voelen zich een moment onaangenaam. De piercer gebruikt een tang om de beweeglijke tong of lip vast te klemmen tijdens het piercen. Het is niet verstandig zelf een piercing te zetten. De instrumenten die ‘doe-het-zelvers’ voor de doorboring gebruiken, zijn niet steriel en dus ongeschikt. Ook boren ze vaak op een verkeerde plaats, waardoor bloedvaten of zenuwen geraakt kunnen worden en de piercing niet goed blijft zitten. De kans op infectie bij zelfpiercen is groot.

 

Genezing

Direct na het zetten van de piercing is zwelling en roodheid normaal. Ook een lichte afscheiding van wondvocht is gebruikelijk. Het weefsel kan licht bloeden, gekneusd en gevoelig zijn. Koelen met ijs kan helpen de zwelling te verminderen en kan daarmee de napijn beperken. Tegen de pijn kun je eventueel paracetamol gebruiken. Eventuele lichamelijke klachten, zoals jeuk en roodheid moeten binnen 48 uur na het zetten zijn afgenomen.

De genezingstijd varieert per piercing en per persoon. De eigen wond- en mondverzorging is van invloed op de genezingstijd. Bij tongpiercings kan dit proces tussen de vier tot zes weken duren, bij lippiercings zeven tot negen weken.

Vanwege de zwelling, wordt bij het zetten van een tongpiercing meestal een lang staafje  geplaatst. Vervang het staafje door een kortere variant als de wond is genezen. Daarmee voorkom je dat de mondpiercing je tanden en tandvlees raakt bij het eten en praten. De kans op blijvende schade aan je tanden en tandvlees is dan minder groot.

Plaats een goed passend sieraad. Hiermee voorkom je blijvende schade aan je tanden en tandvlees.

handen wassen

Met je piercing naar de tandarts

Laat je mondzorgverlener weten dat je een mondpiercing draagt. Laat controleren of je piercing invloed heeft op je gebit en mondgezondheid. In geval van een verdoving in de onderkaak kan de behandelaar vragen je piercing weg te halen. Naar het ziekenhuis? Zorg dan dat je je mondpiercing(s) verwijdert als er röntgenfoto’s van je hoofd-halsgebied worden gemaakt.

 

Problemen door mondpiercings op korte termijn

Mondpiercings kunnen verschillende problemen in de mond veroorzaken en gevolgen hebben voor de algemene gezondheid. Als het zetten van de mondpiercing volgens de algemene hygiëneregels gebeurt, is de kans op complicaties in de eerste weken na het plaatsen gering.

Tijdens of direct na het zetten van je mondpiercing kun je flauwvallen en ademhalingsproblemen of (langdurige) nabloedingen krijgen. Nieuwe piercings zijn open wonden en kunnen leiden tot infecties of ontstekingen. Pijn, roodheid, zwelling, warmte en eventueel ook wondvocht zijn de kenmerken. De kans op een infectie en ontsteking kun je met de juiste nazorg verkleinen. Informeer ernaar bij je piercer.

Als een ontsteking niet overgaat, neem dan contact op met je tandarts. Misschien moet je piercing worden verwijderd. Ondanks goede hygiënemaatregelen komen er via de piercingwond bacteriën in de bloedbaan terecht. Dat kan een infectie veroorzaken. Het plaatsen van tongpiercings kan in zeldzame gevallen een infectie aan het hart veroorzaken. Begin daarom niet aan een mondpiercing als je (aangeboren) hartproblemen hebt.

 

Mondverzorging bij mondpiercings

Mondhygiëne is het sleutelwoord voor dragers van mondpiercings. Poets je tanden twee keer per dag twee minuten zorgvuldig met een zachte tandenborstel met fluoridetandpasta. Houd ook de ruimten tussen de tanden en kiezen goed schoon. Overleg met je mondzorgverlener of en zo ja welk hulpmiddel je moet gebruiken. Poets, als de wond is genezen, ook je piercing dagelijks met een zachte tandenborstel, zodat tandplak en tandsteen geen kans hebben zich aan de piercing te hechten. Blijft de piercing er vies uitzien na het poetsen? Mogelijk zit er tandsteen op. Je piercing verwijderen of een nieuwe plaatsen is dan de beste oplossing.

 

Problemen door mondpiercings op langere termijn

Mondpiercings kunnen op lange termijn tandvleesproblemen en tandbreuk veroorzaken. Daarnaast kunnen ze ingroeien.

Tandvleesproblemen
Mondpiercings kunnen bijdragen aan het ontstaan van tandvleesontsteking en teruggetrokken tandvlees. De wortels van de onderste snijtanden kunnen (gedeeltelijk) bloot komen te liggen. Dat kan gevoeligheid geven. Blootliggende wortels slijten sneller en zijn gevoeliger voor gaatjes. Eenmaal teruggetrokken tandvlees komt niet meer terug.

Tandbreuk
Door mondpiercings kunnen stukjes glazuur, maar ook grotere stukken van tanden of kiezen afbreken. Bij tongpiercings lopen in de meeste gevallen de grote kiezen schade op. Speel, bijt en tik niet met je piercing. Hiermee kun je schade aan je tanden aanbrengen.

Met een lippiercing is het risico op teruggetrokken tandvlees 4x groter.

 

Weet je het zeker?

Denk goed na of je écht een mondpiercing wilt laten zetten. Staat jouw besluit voor een  mondpiercing vast? Kies dan een professionele piercer en laat je goed adviseren. Zorg dagelijks voor goede mondhygiëne en bezoek regelmatig je mondzorgverlener voor controle van je mond(piercing).

Nog vragen?
Neem dan contact op met je tandarts of mondhygiënist. Meer informatie is ook beschikbaar via www.ggd.nl en op www.veiligtatoeerenenpiercen.nl.

« Terug naar het overzicht

Mondpiercing

« Terug naar het overzicht

Mondpiercings

Piercings zijn populair. Ongeveer 5% van de jongvolwassenen heeft een mondpiercing. Wil of heb je een mondpiercing laten zetten? Let dan op de keuze van materiaal, de plaats in je mond, de kwaliteit van het aanbrengen en de verzorging van je mond(piercing). Het aanbrengen en dragen van een mondpiercing is niet zonder risico’s. Met de juiste keuzes en verzorging kun je veel problemen voorkomen.

In je tong of in je lip?

Tongpiercings komen het meeste voor. Zorg ervoor dat je tongpiercing in het midden en ver genoeg achter op je tong wordt geplaatst. Je kunt blijvende schade voorkomen als de tongpiercing je tanden en tandvlees niet raakt. Daarna is de lippiercing het populairst. Let erop dat de piercer de platte achterkant van je lippiercing niet op je tandvleesrand plaatst. Zo is er minder kans dat je tandvlees beschadigt.

tongpiercing

Leeftijdsgrens en toestemming

In Nederland moet je twaalf jaar of ouder zijn als je een mondpiercing wilt laten zetten. Tussen de twaalf en zestien jaar moet een ouder toestemming geven en aanwezig zijn als de mondpiercing wordt gezet. Vanaf zestien jaar kun je zelf beslissen. Eerst moet je een toestemmingsformulier invullen met vragen over je gezondheid, informatie over vrijwilligheid en risico’s van piercen. Informeer de piercer over ziektes die je hebt (gehad), allergieën, huidproblemen en medicijnen die je gebruikt.

lippiercing

De juiste materialen

In Nederland gebruiken piercers over het algemeen veilige materialen. Piercings zijn vaak gemaakt van chirurgisch staal of titanium. Ook moeten mondsieraden een hoogglanzende buitenlaag en een superglad oppervlak hebben. Een piercing mag een kleine hoeveelheid nikkel bevatten. Let op dat nikkel een allergische reactie, zoals eczeem, kan veroorzaken.

Speel niet met je mondpiercing. Hiermee kun je je tanden en tandvlees blijvend beschadigen.

Piecings

Kies een professionele piercer

In Nederland geldt een wet voor het zetten van piercings. Ook is er een verplichte hygiënerichtlijn voor piercers. Piercers die voldoen, krijgen een vergunning. De GGD controleert of de piercingstudio’s zich houden aan de richtlijnen. Onhygiënisch werken kan ernstige gevaren voor de gezondheid met zich meebrengen (zoals infecties, Hepatitis B, C en HIV). Een piercer moet bijvoorbeeld gesteriliseerde instrumenten en veilige materialen gebruiken. Daarnaast moeten de ruimte en medewerkers aan strikte eisen voldoen. Kies je piercer dus zorgvuldig! Op www.veiligtatoeerenenpiercen.nl staan piercers met een vergunning.

handschoen

Het zetten van de mondpiercing

Het zetten van een mondpiercing gaat relatief snel en makkelijk. Verdoving is niet gebruikelijk. Sommigen voelen niets en anderen voelen zich een moment onaangenaam. De piercer gebruikt een tang om de beweeglijke tong of lip vast te klemmen tijdens het piercen. Het is niet verstandig zelf een piercing te zetten. De instrumenten die ‘doe-het-zelvers’ voor de doorboring gebruiken, zijn niet steriel en dus ongeschikt. Ook boren ze vaak op een verkeerde plaats, waardoor bloedvaten of zenuwen geraakt kunnen worden en de piercing niet goed blijft zitten. De kans op infectie bij zelfpiercen is groot.

 

Genezing

Direct na het zetten van de piercing is zwelling en roodheid normaal. Ook een lichte afscheiding van wondvocht is gebruikelijk. Het weefsel kan licht bloeden, gekneusd en gevoelig zijn. Koelen met ijs kan helpen de zwelling te verminderen en kan daarmee de napijn beperken. Tegen de pijn kun je eventueel paracetamol gebruiken. Eventuele lichamelijke klachten, zoals jeuk en roodheid moeten binnen 48 uur na het zetten zijn afgenomen.

De genezingstijd varieert per piercing en per persoon. De eigen wond- en mondverzorging is van invloed op de genezingstijd. Bij tongpiercings kan dit proces tussen de vier tot zes weken duren, bij lippiercings zeven tot negen weken.

Vanwege de zwelling, wordt bij het zetten van een tongpiercing meestal een lang staafje  geplaatst. Vervang het staafje door een kortere variant als de wond is genezen. Daarmee voorkom je dat de mondpiercing je tanden en tandvlees raakt bij het eten en praten. De kans op blijvende schade aan je tanden en tandvlees is dan minder groot.

Plaats een goed passend sieraad. Hiermee voorkom je blijvende schade aan je tanden en tandvlees.

handen wassen

Met je piercing naar de tandarts

Laat je mondzorgverlener weten dat je een mondpiercing draagt. Laat controleren of je piercing invloed heeft op je gebit en mondgezondheid. In geval van een verdoving in de onderkaak kan de behandelaar vragen je piercing weg te halen. Naar het ziekenhuis? Zorg dan dat je je mondpiercing(s) verwijdert als er röntgenfoto’s van je hoofd-halsgebied worden gemaakt.

 

Problemen door mondpiercings op korte termijn

Mondpiercings kunnen verschillende problemen in de mond veroorzaken en gevolgen hebben voor de algemene gezondheid. Als het zetten van de mondpiercing volgens de algemene hygiëneregels gebeurt, is de kans op complicaties in de eerste weken na het plaatsen gering.

Tijdens of direct na het zetten van je mondpiercing kun je flauwvallen en ademhalingsproblemen of (langdurige) nabloedingen krijgen. Nieuwe piercings zijn open wonden en kunnen leiden tot infecties of ontstekingen. Pijn, roodheid, zwelling, warmte en eventueel ook wondvocht zijn de kenmerken. De kans op een infectie en ontsteking kun je met de juiste nazorg verkleinen. Informeer ernaar bij je piercer.

Als een ontsteking niet overgaat, neem dan contact op met je tandarts. Misschien moet je piercing worden verwijderd. Ondanks goede hygiënemaatregelen komen er via de piercingwond bacteriën in de bloedbaan terecht. Dat kan een infectie veroorzaken. Het plaatsen van tongpiercings kan in zeldzame gevallen een infectie aan het hart veroorzaken. Begin daarom niet aan een mondpiercing als je (aangeboren) hartproblemen hebt.

 

Mondverzorging bij mondpiercings

Mondhygiëne is het sleutelwoord voor dragers van mondpiercings. Poets je tanden twee keer per dag twee minuten zorgvuldig met een zachte tandenborstel met fluoridetandpasta. Houd ook de ruimten tussen de tanden en kiezen goed schoon. Overleg met je mondzorgverlener of en zo ja welk hulpmiddel je moet gebruiken. Poets, als de wond is genezen, ook je piercing dagelijks met een zachte tandenborstel, zodat tandplak en tandsteen geen kans hebben zich aan de piercing te hechten. Blijft de piercing er vies uitzien na het poetsen? Mogelijk zit er tandsteen op. Je piercing verwijderen of een nieuwe plaatsen is dan de beste oplossing.

 

Problemen door mondpiercings op langere termijn

Mondpiercings kunnen op lange termijn tandvleesproblemen en tandbreuk veroorzaken. Daarnaast kunnen ze ingroeien.

Tandvleesproblemen
Mondpiercings kunnen bijdragen aan het ontstaan van tandvleesontsteking en teruggetrokken tandvlees. De wortels van de onderste snijtanden kunnen (gedeeltelijk) bloot komen te liggen. Dat kan gevoeligheid geven. Blootliggende wortels slijten sneller en zijn gevoeliger voor gaatjes. Eenmaal teruggetrokken tandvlees komt niet meer terug.

Tandbreuk
Door mondpiercings kunnen stukjes glazuur, maar ook grotere stukken van tanden of kiezen afbreken. Bij tongpiercings lopen in de meeste gevallen de grote kiezen schade op. Speel, bijt en tik niet met je piercing. Hiermee kun je schade aan je tanden aanbrengen.

Met een lippiercing is het risico op teruggetrokken tandvlees 4x groter.

 

Weet je het zeker?

Denk goed na of je écht een mondpiercing wilt laten zetten. Staat jouw besluit voor een  mondpiercing vast? Kies dan een professionele piercer en laat je goed adviseren. Zorg dagelijks voor goede mondhygiëne en bezoek regelmatig je mondzorgverlener voor controle van je mond(piercing).

Nog vragen?
Neem dan contact op met je tandarts of mondhygiënist. Meer informatie is ook beschikbaar via www.ggd.nl en op www.veiligtatoeerenenpiercen.nl.

« Terug naar het overzicht

Lightfrisdranken

« Terug naar het overzicht

Zijn lightdranken beter voor mijn gebit dan gewone frisdranken?

Lightdranken bevatten geen suiker, maar gebitsvriendelijke zoetstoffen. Maar ze bevatten wel evenveel zuur als gewone frisdranken. Voor tanderosie zijn ze dus even schadelijk. Wel is de kans op gaatjes (cariës) kleiner wanneer u lightdranken drinkt.

 

Voorbeelden van zure producten

Frisdranken
Frisdranken krijgen hun frisse smaak door het toegevoegde fosforzuur (bijvoorbeeld in cola), citroen- of appelzuur (in allerlei fris- en sportdranken). De zure smaak proeft u niet door de toegevoegde suiker of zoetstof. Suiker onderdrukt wel de zure smaak, maar neutraliseert het zuur niet.

Light frisdranken
Light frisdranken bevatten geen suiker, waardoor ze geen gaatjes veroorzaken. Ze zijn echter meestal net zo zuur als gewone frisdranken en daarmee net zo gevaarlijk voor het veroorzaken van tanderosie.

Vruchtensappen
Niet iedereen weet dat vruchtensappen nóg zuurder zijn dan frisdranken. Vruchtensappen kunnen dus ook schadelijk zijn voor je gebit.

Zuur fruit
Denk aan citrusvruchten, bramen en bessen, appels, druiven, kiwi’s en mango’s, maar ook aan de producten daarvan (appelstroop, jam).

Aangezuurde voedingsmiddelen
Veel voedingsmiddelen zijn aangezuurd met azijnzuur, zoals augurken en uitjes. Ook alle levensmiddelen die zijn aangezuurd met bijvoorbeeld azijn- of citroenzuur, veroorzaken bij veelvuldig gebruik tanderosie. Denk aan bijvoorbeeld slasaus of mayonaise.

 

Zijn lightproducten beter voor mijn tanden?

In suikervrije lightproducten zoals bijvoorbeeld zoetjes voor in de koffie of lightdranken zitten suikervangers. Deze producten veroorzaken geen gaatjes. Lightdranken bevatten wel evenveel zuur als gewone frisdranken. De kans op slijtage van uw gebit als gevolg van zuur (tanderosie) is bij lightfrisdrank dus even groot als bij gewone frisdrank.

« Terug naar het overzicht