Kauwen

« Terug naar het overzicht

Ik ben al wat ouder. Wat kan ik doen om een droge mond te voorkomen?

Als u last heeft van een droge mond, probeer dan dagelijks voldoende te drinken, bijvoorbeeld (mineraal)water of thee zonder suiker. U heeft ongeveer een liter vocht per dag nodig. Vindt u het moeilijk veel te drinken, neem dan steeds kleine beetjes. Suikerhoudende (fris)dranken kunt u beter niet te vaak drinken, omdat deze sneller gaatjes veroorzaken. U kunt de afgifte van speeksel stimuleren door voedsel te eten waar goed op moet worden gekauwd. Bijvoorbeeld wortels of suikervrije kauwgom. Verder wordt de afgifte van speeksel versterkt door het eten van licht zuur voedsel, zoals fruit of komkommer.

Als de oorzaak van een droge mond medicijngebruik is, kan uw huisarts of specialist de soort medicijnen, de dosering of het tijdstip van toediening misschien aanpassen.

Een kunstgebit op pijlers

U krijgt een overkappingsprothese. Dat is een grote verandering, want uw nieuwe prothese speelt een belangrijke rol bij het kauwen en spreken. Bovendien zijn uw kunsttanden erg belangrijk voor uw uiterlijk. Uw tanden zijn immers uw eerste blikvanger. Bij een ‘gewoon’ kunstgebit worden geen wortels van uw eigen tanden of kiezen gebruikt; bij een overkappingsprothese wel. Deze werken als een soort pijlers onder het kunstgebit en geven de prothese houvast en steun.

Bijten

Slinken van de kaken bij een overkappingsprothese

Ongeveer vijftien procent van de Nederlandse bevolking van zestien jaar en ouder draagt een gedeeltelijk of een volledig ‘gewoon’ kunstgebit. Bijna eenderde deel van deze mensen heeft er regelmatig problemen mee. Vaak past na verloop van tijd het kunstgebit niet goed meer. Dat komt meestal door het slinken van de kaken. Hierdoor ontstaat ruimte tussen het kunstgebit en de kaak. Het kunstgebit gaat dan steeds losser zitten.

Als enkele wortels van uw tanden of kiezen behouden blijven, kan het slinken van uw kaken voor een groot deel worden voorkomen. De druk die ontstaat door het kauwen, wordt bij een ‘gewoon’ kunstgebit opgevangen door de tandeloze kaken. Bij een overkappingsprothese wordt die voor een belangrijk deel opgevangen door de wortels onder het kunstgebit. Hierdoor slinken de kaken minder snel.

overkappingsprothese

De eerste dagen met de overkappingsprothese

Nabloeden

De eerste uren na het trekken van uw laatste gebitselementen kunnen de wonden nog een beetje nabloeden. Dat kan uw speeksel rood kleuren. Dit zal vrij snel ophouden. Dan neemt het speeksel ook weer de normale kleur aan. Dat betekent niet dat de wonden helemaal zijn genezen. De eerste 24 uur kunt u ook beter niet spoelen. Er vormen zich namelijk bloedstolsels in de wonden van de getrokken tanden. Als u spoelt, laten die stolsels los en begint het bloeden opnieuw. Drinken mag wel.

Er is een kleine kans dat het bloeden niet overgaat, ondanks de genomen voorzorgsmaatregelen. Waarschuw dan uw tandarts. Neem ook contact op als u pijn houdt. Neem niet zomaar een pijnstiller. Sommige pijnstillers kunnen het bloeden juist verergeren. Spreek goed met uw tandarts af wat u de eerste 24 uur wel of niet moet doen.

Uiterlijk
Als u in de spiegel kijkt, moet u waarschijnlijk erg wennen. Uw mond is nu eenmaal een belangrijke blikvanger en die is veranderd. Neem een paar dagen de tijd om te wennen en beoordeel dan pas hoe u er met uw nieuwe kunstgebit uitziet.

Pijn
De eerste dagen zal uw kunstgebit nog niet echt lekker zitten. Het kan klemmen en pijn veroorzaken. Toch mag u het beslist niet uit uw mond halen, want het zit als een verband op de wonden. Vooral kauwen kan in het begin pijn veroorzaken. Eet alleen zachte dingen, zoals puree, gehakt en zacht fruit.

 

Wennen aan de overkappingsprothese

Kort na het plaatsen brengt u een bezoek aan de tandarts en mag de overkappingsprothese voor de eerste keer uit uw mond. Uw tandarts zal de wonden zonodig reinigen. Hij kan kleine correcties aan uw kunstgebit uitvoeren waarmee hij pijn aanzienlijk kan verminderen of wegnemen. Om uw mond te reinigen, kunt u het voorzichtig spoelen met lauw water. Daar kunt u eventueel een beetje zout in doen. U kunt daarvoor ook een bij de drogist verkrijgbaar mondspoelmiddel met chloorhexidine gebruiken. Spoelen met lauwe kamillethee kan ook heel goed. De wonden genezen en nog eventueel bestaande pijn zal verdwijnen. U zult dan langzaam aan uw overkappingsprothese wennen. Dat vraagt tijd. De een zal sneller wennen dan de ander. Heeft u er erg veel moeite mee? Vraag uw tandarts dan om advies.

Eten
Eten met uw nieuwe overkappingsprothese is wat onwennig. Zeker in het begin zult u voorzichtig aan moeten doen. U ervaart zelf het beste wat wel en niet kan. Probeer langzaam hardere dingen te gaan eten. Stukken afbijten kunt u met een kunstgebit beter niet doen. Snijd uw voedsel daarom in stukjes en kauw rustig en gelijkmatig met de kunstkiezen. Neem daarbij aan beide zijden een stukje voedsel in de mond. Neem er meer tijd voor dan dat u gewend bent.

Praten
In het begin praat u nog wat onwennig. Het is alsof u met een volle mond praat. Bepaalde klanken klinken anders dan u gewend was. Dit is normaal. Meestal gaat het na enkele dagen een stuk beter. Oefen extra met die woorden of letters die nog niet helemaal naar uw zin klinken. Lees bijvoorbeeld de krant hardop.

Bijten zacht voedsel

Waarom is speeksel zo belangrijk?

Speeksel heeft een smerende werking wanneer u spreekt, kauwt en slikt. Met behulp van speeksel kunt u makkelijker bewegen met uw wangen, tong en lippen. Met uw speeksel bevochtigt u voedsel zodanig dat u het pijnloos kunt doorslikken. Ook bevochtigt speeksel het mondslijmvlies, waarmee uitdroging wordt voorkomen. Bovendien heeft het een reinigende werking op tanden, kiezen en het mondslijmvlies. Daarnaast remt speeksel de werking en de groei van bacteriën en schimmels in de mond, waardoor mondinfectie wordt voorkomen.

 

Hoe zijn de gevolgen van een droge mond te bestrijden?

De gevolgen van een droge mond kunt u, afhankelijk van de oorzaak, op verschillende manieren bestrijden. Overleg met uw tandarts welke behandeling voor u het meest geschikt is. Monddroogheid is te bestrijden door:

Het stimuleren van de speekselafgifte
Uw speekselklieren kunnen tijdelijk niet goed werken of uw speekselafgifte kan geremd zijn door het gebruik van medicijnen. In beide gevallen kunt u de speekselproductie stimuleren. Eet bijvoorbeeld voedsel waarop u goed moet kauwen. Denk aan stevige bruine boterhammen, wortels of suikervrije kauwgom. De afgifte van speeksel kunt u ook versterken door het eten van licht zuur voedsel, zoals fruit of komkommer. Dit werkt vaak niet of onvoldoende bij mensen die reeds langer lijden aan het syndroom van Sjögren of die in het hoofd of de hals zijn bestraald.

Verandering van medicijnen
Is medicijngebruik de oorzaak van uw droge mond? Dan kan uw huisarts of specialist de soort medicijnen, de dosering of het tijdstip van toediening misschien aanpassen.

Het gebruik van speekselvervangers
Het is niet mogelijk de speekselproductie te stimuleren wanneer uw speekselklieren niet meer werken. Als ze nog maar een beetje functioneren, kunt u ze onvoldoende stimuleren. Dan kunt u met behulp van zogenoemde speekselvervangers de gevolgen van een droge mond beperken. Dit zijn speciale vloeistoffen in de vorm van een bevochtigingsgel (Biotène Oral Balance) of een verstuiver (Glandosane, Xialine). Een bevochtigingsgel brengt u op de slijmvliezen aan. Met behulp van een verstuiver kunt u de mondholte met die vloeistof bevochtigen. Het lichtzure Glandosane is voor iemand met eigen tanden en kiezen niet aan te bevelen voor frequent gebruik. Een gel wordt vooral ’s nachts prettig gevonden, een spray is vooral overdag aangenaam. Welk middel u het prettigst vindt, moet u zelf ondervinden. Een mondgel is bij de drogist of apotheek te koop. Een speekselvervanger kan de tandarts voorschrijven en is bij de apotheek verkrijgbaar. Overleg in ieder geval met uw tandarts en begin niet op eigen initiatief aan een middel, ook al is dit bij de drogist of apotheek verkrijgbaar.

« Terug naar het overzicht

Karnemelk

« Terug naar het overzicht

Karnemelk en yoghurt(dranken) zijn toch ook zuur. Waarom zijn die dan niet schadelijk voor mijn gebit?

Karnemelk en yoghurt hebben een hoog calcium- en fosfaatgehalte. Hierdoor treedt nauwelijks tanderosie op. Melk en yoghurtproducten lijken juist een beschermende rol te hebben bij het
ontstaan van tanderosie. Maar pas op voor de yoghurtdranken die suiker bevatt en. Deze kunnen gaatjes veroorzaken.

Mogelijk beschermende producten

Melk en yoghurtproducten hebben mogelijk een beschermende rol bij het ontstaan van tanderosie.

« Terug naar het overzicht

Tubili

« Terug naar het overzicht

Waardoor ontstaat de pijn bij gevoelige tandhalzen?

Tanden en kiezen bestaan uit een kroon en één of meer wortels. De kroon is het deel dat u ziet en is voorzien van een sterke laag glazuur. De wortels ziet u niet en hebben géén glazuur. Zodra het tandvlees zich terugtrekt, komt dus een stukje van de tand zonder glazuur bloot te liggen. Dit poreuze materiaal is tandbeen. In tandbeen zitten kanaaltjes die verbonden zijn met de zenuwholte binnenin de tand of kies. Als het tandvlees de kanaaltjes afsluit, merkt u daar niets van. Is het tandvlees weg, dan komt door warme, koude, zoete of zure prikkels het vocht in die kanaaltjes in beweging. Die beweging irriteert de zenuwen en veroorzaakt zo de pijn.

open-kanaaltjes-laten-prik tandbeen-is-poreus

Wat kunt u zelf doen tegen gevoelige tandhalzen?

Op een juiste manier poetsen
Aangezien blootliggende tandhalzen en -wortels niet beschermd zijn door glazuur, is verzorging ervan extra belangrijk. Niet alleen om gaatjes in de wortels te voorkomen, maar ook om de gevoeligheid te minimaliseren. Blijf dus, ook bij pijn, poetsen. Als u poetst met tandpasta, brengt u een beschermend laagje op de tanden aan. Hierdoor kunnen prikkels minder makkelijk de zenuwen in de tand of kies bereiken. Gevolg? Minder pijn! Maar zure vloeistoffen spoelen dit laagje gemakkelijk weg. Dan komt de pijn dus weer terug. Soms kan spoelen met een fluoride spoelmiddel ook helpen. Overleg dit met uw tandarts of mondhygiënist.

Voedingspatroon veranderen
Om de gevoeligheid te beperken, kan het belangrijk zijn dat u uw voedingspatroon verandert. Drinkt u bijvoorbeeld veel sappen of frisdrank (zuur) of eet u veel citrusfruit? Dan slijt het onbeschermde tandbeen gemakkelijk weg. De ingangen van de kanaaltjes worden breder. Hierdoor gaan de prikkels makkelijk door het tandbeen heen. Beperk daarom het aantal eet- en drinkmomenten tot maximaal zeven keer per dag. Kies voor drie hoofdmaaltijden en maximaal vier keer iets tussendoor. Eet maximaal een- of tweemaal per dag zuur fruit en drink frisdrank en andere zure dranken met mate. Eet of drink één uur voordat u uw tanden gaat poetsen géén zure producten. Zuren maken het tandbeen zwakker, waardoor u het makkelijk wegpoetst. Als u uw voedingspatroon niet verandert, kan de gevoeligheid niet behandeld worden en steeds erger worden.

 

Zijn er tandpasta’s die helpen tegen tandhalsgevoeligheid?

Zodra u uw tanden en tandhalzen poetst met tandpasta, brengt u een beschermend laagje aan. De doorgang in het tandbeen naar de zenuwholte kan daardoor blokkeren. Dan kan de gevoeligheid tijdelijk iets afnemen. Sommige tandpasta’s zijn speciaal ontwikkeld om gevoelige tandhalzen te bestrijden. Veel patiënten hebben baat bij het gebruik ervan. Maar de resultaten zijn niet altijd succesvol. De voordelen van de tandpasta kunnen door uw eet- of drinkgedrag (zuur) of door de slijpende werking van tandpasta worden tenietgedaan. Alle tandpasta’s hebben een andere werking. Probeer daarom verschillende tandpasta’s tegen gevoelige tandhalzen uit.

tandpasta's

« Terug naar het overzicht

Kanaaltjes in tandbeen

« Terug naar het overzicht

Waardoor ontstaat de pijn bij gevoelige tandhalzen?

Tanden en kiezen bestaan uit een kroon en één of meer wortels. De kroon is het deel dat u ziet en is voorzien van een sterke laag glazuur. De wortels ziet u niet en hebben géén glazuur. Zodra het tandvlees zich terugtrekt, komt dus een stukje van de tand zonder glazuur bloot te liggen. Dit poreuze materiaal is tandbeen. In tandbeen zitten kanaaltjes die verbonden zijn met de zenuwholte binnenin de tand of kies. Als het tandvlees de kanaaltjes afsluit, merkt u daar niets van. Is het tandvlees weg, dan komt door warme, koude, zoete of zure prikkels het vocht in die kanaaltjes in beweging. Die beweging irriteert de zenuwen en veroorzaakt zo de pijn.

open-kanaaltjes-laten-prik tandbeen-is-poreus

Wat kunt u zelf doen tegen gevoelige tandhalzen?

Op een juiste manier poetsen
Aangezien blootliggende tandhalzen en -wortels niet beschermd zijn door glazuur, is verzorging ervan extra belangrijk. Niet alleen om gaatjes in de wortels te voorkomen, maar ook om de gevoeligheid te minimaliseren. Blijf dus, ook bij pijn, poetsen. Als u poetst met tandpasta, brengt u een beschermend laagje op de tanden aan. Hierdoor kunnen prikkels minder makkelijk de zenuwen in de tand of kies bereiken. Gevolg? Minder pijn! Maar zure vloeistoffen spoelen dit laagje gemakkelijk weg. Dan komt de pijn dus weer terug. Soms kan spoelen met een fluoride spoelmiddel ook helpen. Overleg dit met uw tandarts of mondhygiënist.

Voedingspatroon veranderen
Om de gevoeligheid te beperken, kan het belangrijk zijn dat u uw voedingspatroon verandert. Drinkt u bijvoorbeeld veel sappen of frisdrank (zuur) of eet u veel citrusfruit? Dan slijt het onbeschermde tandbeen gemakkelijk weg. De ingangen van de kanaaltjes worden breder. Hierdoor gaan de prikkels makkelijk door het tandbeen heen. Beperk daarom het aantal eet- en drinkmomenten tot maximaal zeven keer per dag. Kies voor drie hoofdmaaltijden en maximaal vier keer iets tussendoor. Eet maximaal een- of tweemaal per dag zuur fruit en drink frisdrank en andere zure dranken met mate. Eet of drink één uur voordat u uw tanden gaat poetsen géén zure producten. Zuren maken het tandbeen zwakker, waardoor u het makkelijk wegpoetst. Als u uw voedingspatroon niet verandert, kan de gevoeligheid niet behandeld worden en steeds erger worden.

 

Zijn er tandpasta’s die helpen tegen tandhalsgevoeligheid?

Zodra u uw tanden en tandhalzen poetst met tandpasta, brengt u een beschermend laagje aan. De doorgang in het tandbeen naar de zenuwholte kan daardoor blokkeren. Dan kan de gevoeligheid tijdelijk iets afnemen. Sommige tandpasta’s zijn speciaal ontwikkeld om gevoelige tandhalzen te bestrijden. Veel patiënten hebben baat bij het gebruik ervan. Maar de resultaten zijn niet altijd succesvol. De voordelen van de tandpasta kunnen door uw eet- of drinkgedrag (zuur) of door de slijpende werking van tandpasta worden tenietgedaan. Alle tandpasta’s hebben een andere werking. Probeer daarom verschillende tandpasta’s tegen gevoelige tandhalzen uit.

tandpasta's

« Terug naar het overzicht

Kaaskiezen

« Terug naar het overzicht

Kaaskiezen

Klaagt je zoon of dochter over gevoelige kiezen? Eet je kind slecht? Doet tandenpoetsen pijn? Misschien zijn er kaaskiezen in het spel. Dat zijn kiezen waarvan de beschermende glazuurlaag niet of niet goed is ontwikkeld. Ze hebben gedeeltelijk of geheel een kaaskleur (wit-crème tot geel-bruin) en kunnen er ook wat bobbelig uitzien. Ze zijn gevoeliger dan andere kiezen, omdat de buitenste laag zwakker is. Kaaskiezen komen zowel voor in het melkgebit als in het blijvend gebit.

In Nederland heeft 5-9% van de kinderen kaaskiezen in het melkgebit. In het blijvend gebit heeft 9-14% van de kinderen één of meerdere kaaskiezen. Kinderen met kaaskiezen in het blijvend gebit, hebben ook grotere kans op een wit-gele verkleuring van de blijvende voortanden.

Kaaskies tekening

Meer gaatjes

Kinderen met kaaskiezen hebben meer gaatjes dan leeftijdsgenoten zonder kaaskiezen. Heeft een kind kaaskiezen in zijn melkgebit? Dan heeft het een grotere kans op de ontwikkeling van kaaskiezen in zijn blijvend gebit. In Nederland heeft 5-9% van de kinderen kaaskiezen in het melkgebit. In het blijvend gebit heeft 9-14% van de kinderen één of meerdere kaaskiezen. Kinderen met kaaskiezen in het blijvend gebit, hebben ook kans op een wit-gele verkleuring van de blijvende voortanden.

kaaskies blijvend gebit Kaaskies melkgebit

Glazuurstoornis

Bij de vorming van tandglazuur kan soms iets mis gaan. Melkkiezen worden al vóór de geboorte van het kind aangemaakt. De ontwikkeling van de melkkiezen begint wanneer het kind nog in de baarmoeder zit. Als het kind ongeveer twee jaar is, zijn de kiezen ontwikkeld en breken ze door. De ontwikkeling van blijvende kiezen en snijtanden begint kort voor de geboorte en gaat verder in de eerste 4 levensjaren. De oorzaak van de verstoorde glazuurvorming in de blijvende kiezen en voortanden ligt in die periode.

Als er tijdens de ontwikkeling iets mis gaat, kunnen er afwijkingen ontstaan. Wanneer een kies te weinig glazuur of glazuur van slechte kwaliteit heeft gevormd, spreken we van een kaaskies.

Als er een kaaskies in het melkgebit voorkomt dan is dat meestal de achterste melkkies. Als er een kaaskies in het blijvend gebit voorkomt dan is dat meestal de eerste grote mensenkies.

Tanddoorsnede

 

Waardoor ontstaan kaaskiezen?

De oorzaak van de kaaskiezen is nog onbekend. Alcoholconsumptie van de moeder tijdens de zwangerschap, een laag geboortegewicht en koorts en ziek zijn van het kind in het eerste levensjaar kunnen kaaskiezen in het melkgebit veroorzaken. Ook een erfelijke factor kan een rol spelen.

Is je kind in de eerste 4 levensjaren vaak ziek geweest? Dan kan dat oorzaak zijn van de verstoorde glazuurvorming in de blijvende kiezen. Ze breken door als je kind tussen de 5 en 6 jaar oud is. Deze eerste blijvende kiezen breken achter de laatste melkkiezen door, waardoor ze makkelijk onopgemerkt blijven. Goed opletten dus bij het (na)poetsen.

Dwars-op-de-kaakboog-poetsen

Welke kiezen zijn gevoelig voor kaaskiezen?

In het melkgebit zijn de laatste (achterste) kiezen die doorbreken het meest gevoelig voor het krijgen van glazuurafwijkingen. Ze verschijnen als je kind tussen de 2 en 2½ jaar oud is. In het blijvend gebit zijn het juist de eerste kiezen die doorbreken. Ze komen tevoorschijn als je kind tussen de 5 en 6 jaar oud is. Deze eerste blijvende kiezen breken achter de laatste melkkiezen door, waardoor ze makkelijk onopgemerkt blijven. Goed opletten dus bij het (na)poetsen.

Welke kiezen zijn gevoelig

Doen kaaskiezen pijn?

Kaaskiezen zijn gevoelig en kwetsbaar. Het glazuur is van mindere kwaliteit. De kies slijt daardoor sneller. Zo kunnen er vlugger gaatjes in ontstaan. Binnen korte tijd kunnen grote delen van een kies worden aangetast of afbrokkelen. Kaaskiezen kunnen pijn doen. Veel kinderen ontwijken gevoelige kiezen tijdens het tandenpoetsen. Daardoor ontstaan er nog eerder gaatjes en nog meer gevoeligheid. Kaaskiezen worden niet of slecht beschermd tegen aanvallen van buitenaf. Eten of drinken van warme, koude, zoete of juist zure producten kan pijnlijk zijn.

 

Kun je kaaskiezen beschermen?

Kaaskiezen kun je extra beschermen met fluoride. Goed tandenpoetsen is de beste manier om dagelijks fluoride aan te brengen. Het is heel belangrijk 2x per dag op de juiste manier de tanden te poetsen. Ook bij gevoeligheid. De tandarts of mondhygiënist kan je kind adviseren een keer extra tanden te poetsen en/of te spoelen met een fluoridemondspoelmiddel, mits het kind goed kan uitspugen. Wees extra alert op het doorbreken van de (blijvende) kiezen. Zorg ervoor dat je kind regelmatig de tandarts en/of mondhygiënist bezoekt. Dan kan hij/zij het gebit van je kind goed controleren en adviezen geven.

kinderborstel elektrisch

Wat doet de tandarts aan kaaskiezen?

Het is belangrijk dat de tandarts of mondhygiënist de glazuurstoornis vroegtijdig kan signaleren. Neem je kind daarom als het eerste tandje doorbreekt mee naar de mondzorgpraktijk. De tandarts of mondhygiënist kan de gevolgen van de glazuurstoornis en het ontstaan van gaatjes zo beperkt mogelijk houden. Heeft je kind kaaskiezen in zijn melkgebit en komen de eerste blijvende kiezen door? Dan roept de mondzorgverlener je vaker op voor controle. Bij kaaskiezen die vroeg worden opgemerkt, kan je met goed tandenpoetsen en een juist fluoridegebruik de problemen die kaaskiezen teweegbrengen beperken.

De mondzorgverlener controleert en reinigt het gebit en kan kwetsbare kiezen extra beschermen met bijvoorbeeld een fluoridelak. In veel gevallen zal de behandelaar de kaaskiezen vullen met een tandkleurig materiaal. Ernstigere gevallen kan hij/zij bijvoorbeeld voorzien van een metalen kroon. In sommige gevallen zal de tandarts kaaskiezen moeten trekken.

« Terug naar het overzicht

Kaakgewrichtsklachten

« Terug naar het overzicht

Wat zijn kaakgewrichtsklachten?

Pijn in de kaken, moe van het kauwen, aanhoudende pijn in of om het oor. Het zijn klachten die te maken kunnen hebben met uw gebit, uw kaakgewricht of uw kauwspieren.

Welke kaakgewrichtsklachten bestaan er?

Er zijn verschillende soorten kaakgewrichtsklachten. Hoort u bijvoorbeeld geluiden in het kaakgewricht tijdens het kauwen of u voelt pijn in de kaken? Kunt u uw onderkaak niet goed bewegen? Of heeft u last van aanhoudende oor- of hoofdpijn, oorsuizen, kramp of een vermoeid gevoel in de kauwspieren?

Bespreek uw klachten met uw tandarts.

Wat is de oorzaak van kaakgewrichtsklachten?

Er is maar zelden een directe oorzaak aan te geven voor kaakgewrichtsklachten. Een veel voorkomende aanleiding is bovenmatig of verkeerd gebruik van kaken, tanden en kiezen. U kunt de kaken bijvoorbeeld extra en langdurig verkeerd belasten door tandenknarsen, klemmen of nagelbijten. Het ontbreken van veel kiezen kan een aanleiding zijn voor overbelasting van het kaakgewricht of de kauwspieren. Ook kunnen ziekten, zoals reumatische aandoeningen, kaakgewrichtsklachten veroorzaken. Bovendien kunnen door psychische spanningen klachten ontstaan. Tandenknarsen is bijvoorbeeld vaak een gevolg van spanningen.

Wat is er aan kaakgewrichtsklachten te doen?

De tandarts probeert te achterhalen waar uw klachten vandaan komen. Hij zal uw gebit, uw kaakgewricht en uw kauwspieren daarom uitgebreid onderzoeken. Hij kijkt of uw tanden en kiezen opvallend zijn afgesleten en of ze goed op elkaar passen. De tandarts let op geluiden in uw kaakgewricht en onderzoekt of uw onderkaak goed functioneert. Zo test hij bijvoorbeeld hoe ver u uw mond kunt openen. Ook zal uw tandarts van u willen weten of u last heeft van lichamelijke klachten of andere spanningen.

Er zijn verschillende behandelmogelijkheden, afhankelijk van de oorzaak van uw klacht. Zo is er een uitneembaar plaatje van plastic, ook wel spalk genoemd, dat u over uw tanden en kiezen kunt schuiven. Deze spalk kunt u zowel ’s nachts als overdag dragen. Hiermee vermindert u de gevolgen van het tandenknarsen en klemmen. Ook kan uw tandarts u oefeningen laten doen. Hij kan u bijvoorbeeld leren op een andere manier te kauwen. Soms kunnen klachten niet door de tandarts alleen worden verholpen. Dan kan hij u voor een behandeling doorverwijzen naar bijvoorbeeld een centrum voor bijzondere tandheelkunde, een kaakchirurg, een tandarts-gnatholoog (specialist op het gebied van kaakgewrichten), een fysiotherapeut of een psycholoog.

Hoe vindt de tandarts de oorzaak van kaakgewrichtsklachten?

De tandarts probeert te achterhalen waar uw klachten vandaan komen. Hij zal uw gebit, uw kaakgewricht en uw kauwspieren daarom uitgebreid onderzoeken. Hij kijkt of uw tanden en kiezen opvallend zijn afgesleten en of ze goed op elkaar passen. De tandarts let op geluiden in uw kaakgewricht en onderzoekt of uw onderkaak goed functioneert. Zo test hij bijvoorbeeld hoe ver u uw mond kunt openen. Ook zal uw tandarts van u willen weten of u last heeft van lichamelijke klachten of andere spanningen.

« Terug naar het overzicht