Slijtage van het gebit

« Terug naar het overzicht

Gewoonten

Gewoonten zoals tandenknarsen, nagelbijten, kluiven op een pen of potlood, pijproken en de tanden als een schaar of mes gebruiken, vergroten de kans op gebitsslijtage.

Tandenpoetsen en zuren

Het oppervlak van tanden en kiezen wordt zachter door de inwerking van zuur. Als u direct na het eten of drinken van zuur uw tanden poetst, kunt u de glazuurlaag gemakkelijk wegpoetsen. Dan slijt uw gebit dus nog sneller.

De rol van erosie bij gebitsslijtage

Gebitsslijtage is deels een natuurlijk fenomeen, je gebit slijt omdat je het gebruikt. Daarvoor is zelden behandeling nodig. Tanderosie kan gebitsslijtage versnellen, waardoor op jonge leeftijd al veel tandmateriaal verloren gaat. Het is zaak deze versnelling te stoppen.

 

Wat is de invloed van dranken op mijn gebit?

In frisdrank, vruchtensap, yoghurtdrank en wijn zitten behalve suikers die gaatjes veroorzaken ook zuren. Het zuur proeft u nauwelijks. De suiker overheerst de zure smaak. Zuren tasten uw tandglazuur aan. Daardoor slijt uw gebit. Deze vorm van slijtage heet tanderosie. Tanderosie is een sluipend proces dat niet gemakkelijk te herstellen is. Het gaat niet alleen om hoevéél zure producten u eet en drinkt. Hoe vaker u dat doet en hoe langer u zure producten in uw mond houdt, hoe groter de kans op tanderosie is. Ook de manier waarop u eet en drinkt is van invloed. Wanneer tanderosie niet wordt bestreden, kunnen zuren het tandglazuur en vervolgens zelfs het blootliggende tandbeen oplossen. Water, koffie en gewone thee zonder suiker zijn niet schadelijk voor uw gebit.

Rode wijn boosodener witte tanden

Zijn lightproducten beter voor mijn tanden?

In suikervrije lightproducten zoals bijvoorbeeld zoetjes voor in de koffie of lightdranken zitten suikervangers. Deze producten veroorzaken geen gaatjes. Lightdranken bevatten wel evenveel zuur als gewone frisdranken. De kans op slijtage van uw gebit als gevolg van zuur (tanderosie) is bij lightfrisdrank dus even groot als bij gewone frisdrank.

Hoe verklein ik de kans op slijtage van mijn tanden en kiezen?

Eet of drink niet te vaak producten waarin zuren zitten. Neem een uur voor het tandenpoetsen geen zuur. Het zuur tast namelijk het tandglazuur aan. De borstel en de tandpasta hebben een schurende werking. Als u direct na het eten of drinken van zuur uw tanden poetst, kunt u het tandglazuur gemakkelijk wegpoetsen. Dan slijt uw gebit dus sneller. Dat geldt ook als u direct nadat u heeft overgegeven uw tanden poetst. Geef uw gebit ook dan de tijd om te herstellen. Lees hier meer over tanderosie.

Waardoor slijt het gebit?

Tandglazuur is hard en slijt langzaam. Toch slijt uw gebit in de loop van de jaren. Bijvoorbeeld door het verkeerd gebruik van een tandenborstel of door tandenknarsen. Mechanische slijtage wordt dat genoemd. Slijtage door chemische invloeden komt van zuren in voeding. Dit verschijnsel heet tanderosie. Als het gebit voortdurend blootstaat aan mechanische en/of chemische invloeden neemt de kans op slijtage toe. Uw tandarts kan zien of dat bij u het geval is.

Slijtage van het gebit door tandenpoetsen

Als u krachtig of te intensief (te vaak of te lang) op een plek poetst, kunnen groeven in het gebit ontstaan. Zelfs het tandvlees kunt u wegpoetsen, waardoor de tandhalzen bloot komen te liggen. Blootliggende tandhalzen zijn niet bedekt met glazuur en daarom gevoeliger voor slijtage. Vermijd om dezelfde redenen te intensief gebruik van tandenstokers of ragers.

Maatregelen tegen gebitsslijtage

Beperk slijtage bij het reinigen van uw gebit
Poets twee maal per dag uw tanden en kiezen zorgvuldig met een zachte tandenborstel. U oefent voldoende druk uit als u de borstel aan het eind van het handvat vasthoudt tussen uw duim en de toppen van uw vingers. Poets alle plekken in de mond even goed. De eerste tand of kies die u poetst slijt vaak het meest. Als u tandenstokers of ragers gebruikt, beperk dit dan tot één keer per dag. Eet of drink één uur voordat u uw tanden poetst geen zure producten.

Beperk het aantal eet- en drinkmomenten
Veel voedingsmiddelen bevatten zuren. Speeksel heeft een beschermende werking. Het neutraliseert de zuurinwerking op het gebit. Eet u de hele dag door zure producten, dan kan het speeksel die aanvallen op het gebit niet meer neutraliseren. Niet alleen om tanderosie te voorkomen, maar ook om de kans op gaatjes te verkleinen geldt: beperk het aantal keren dat u eet of drinkt. Gebruik drie maaltijden per dag en daarnaast niet meer dan vier keer iets tussendoor. Water zonder prik, koffie en gewone thee zonder suiker zijn niet schadelijk voor uw gebit.

Beperk de zuurinwerking
Houd zure dranken niet in uw mond, maar slik ze direct door. Neem niet iedere keer een klein slokje, maar drink het in één keer op. Neem niet telkens kleine hapjes van zuur voedsel, maar eet het in één keer op. Hierdoor blijft de inwerking van zuur op het tandoppervlak beperkt.

Neutraliseer zuur met water, melk of kaas
Neem in plaats van zure producten of na gebruik ervan een glas water of melk, of een klein stukje kaas. Zo voorkomt of beperkt u de schadelijke invloed van zuren.

Stop met verkeerde gewoonten
Probeer verkeerde gewoonten, zoals nagelbijten, kluiven op een pen of potlood, pijproken en de tanden als een schaar of mes gebruiken af te leren. Dat kan moeilijk zijn, omdat u dit vaak onbewust doet. Tandenknarsen doet u bijvoorbeeld tijdens de slaap. Overleg met uw tandarts of mondhygiënist hoe u dit probleem het beste kunt aanpakken.

sonische borstelkop

Wat kan de tandarts aan slijtage van het gebit doen?

Uw gevoelige tanden kunnen het gevolg zijn van blootliggende tandhalzen. Als uw maatregelen tegen slijtage niet helpen, kan uw tandarts een laklaagje aanbrengen. Maar in de meeste gevallen is een behandeling door de tandarts niet nodig.

borstel schuin op tandvlees

Slijtage van het gebit door zuren in voeding en dranken

Zuren in voeding en dranken kunnen tanderosie veroorzaken. Zuur zit onder andere in (sinaas)appels, citroenen, grapefruit, kiwi’s, vruchtensappen, (light)frisdranken (ook ijsthee), wijn en bijvoorbeeld breezers. Tanderosie is een sluipend proces dat niet gemakkelijk te herstellen is. Het gaat niet alleen om hoevéél zure producten u eet en drinkt. Het gaat vooral om hoe vaak, hoe lang, de tijdstippen en de manier waarop u dat doet. Wanneer tanderosie niet wordt bestreden, kunnen zuren het tandglazuur en vervolgens zelfs het blootliggende tandbeen oplossen. Zie verder wat veroorzaak tanderosie?

Rode wijn boosodener witte tanden

« Terug naar het overzicht

Stand van de tanden

« Terug naar het overzicht

Mondproblemen bij mensen met een verstandelijke beperking

Mensen met een verstandelijke beperking hebben meer kans op tandvleesontsteking en tandbederf (gaatjes). Dit heeft een aantal oorzaken:

Voeding
Vanwege kauw- en slikproblemen eten mensen met een verstandelijke beperking vaak vloeibaar, gepureerd of fijngesneden, zacht (sonde)voedsel. Ook houden ze voedsel vaak lang in de mond. Zacht voedsel zorgt ervoor dat de natuurlijke zelfreinigende werking van de mond vermindert. Consumptie van zachte (sonde)voeding werkt de vorming van tandplak in de hand. Eenmaal hard geworden tandplak wordt tandsteen. Aan tandsteen blijft makkelijk weer nieuwe plak ‘hangen’.

Wat te doen bij zachte voeding
Mondhygiëne is hier het sleutelwoord. Zorg ervoor dat u dagelijks alle tandplak verwijdert om gaatjes en tandvleesontsteking te voorkomen.

Verminderde natuurlijke reiniging van de mond
Niet alleen zacht voedsel zorgt voor een verminderde zelfreiniging van de mond. Ook stijve en slappe verlammingen van de mondspieren, voortdurend openhouden van de mond en mondademhaling zijn oorzaken van verminderde natuurlijke reiniging van de mond.

Wat te doen bij verminderde natuurlijke reiniging van de mond
Ook hier geldt: mondhygiëne. Zorg ervoor dat u dagelijks alle tandplak verwijdert om gaatjes en tandvleesontsteking te voorkomen.

Zuigen of sabbelen
Vaak sabbelen aan een zuigfles of anti-lekbeker met zoete inhoud, bijvoorbeeld vruchtensap, siroop, drinkyoghurt en andere melkproducten, kan het gebit aantasten. Omdat het gebit langdurig met suikers in aanraking komt, is er een grote kans op het ontstaan van zogenoemde zuigflescariës.

Wat te doen bij zuigen of sabbelen
Beperk de hoeveelheid zoete drankjes. Geef als alternatief zo mogelijk water of gewone thee zonder suiker. Laat uw kind of cliënt zoete drankjes in één keer achter elkaar opdrinken. Gebruik zo mogelijk een gewone beker, bijvoorbeeld met een rietje. ’s Avonds en ’s nachts is het drinken uit een zuigfles met zoete inhoud extra schadelijk. ’s Nachts kan het speeksel de zuuraanvallen op het gebit vrijwel niet herstellen. Het (’s nachts) drinken van water uit een zuigfles is overigens niet schadelijk.

Reflux en herkauwen van voedsel
Maagzuur is extreem zuur. Zuren die in de mond komen tasten het tandglazuur aan. Deze vorm van onherstelbare gebitsslijtage wordt tanderosie genoemd. Sommige cliënten brengen de maaginhoud terug in de mond (rumineren of herkauwen) of hebben last van spontane terugkeer van voedsel (reflux). Bij reflux vloeit maagzuur terug in de slokdarm tot in de mondholte als gevolg van een storing van de sluitspier tussen de slokdarm en de maag.

Wat te doen bij reflux of herkauwen
Zuurremmende medicijnen kunnen uitkomst bieden. Soms kan een refluxoperatie nodig zijn. Ook het aanpassen van de voeding kan effect hebben. Neem voor voedingsadviezen contact op met de diëtist(e).

Stoornis in de wisselvolgorde
Kinderen worden meestal tandeloos geboren. Een kind wisselt zijn melkgebit tussen zijn zesde en twaalfde levensjaar. Zo staat het tenminste in ‘de boekjes’. Bij uw kind of cliënt kan de wisselperiode een andere zijn. Kinderen met een verstandelijke beperking hebben vaak een kleine kaak. Hierdoor past het gebit er niet in. Vaak wisselt een kind niet al zijn tanden, maar gedeeltelijk, terwijl de blijvende tanden wel zijn aangelegd. Ook de tijdstippen waarop de tanden en kiezen doorkomen kunnen afwijken.

Wat te doen bij wisselen
Het glazuur van de pas doorgebroken tanden en kiezen is nog erg poreus en kwetsbaar. Poets de puntjes van de nieuwe tanden of kiezen direct mee zodra ze zijn doorgebroken. Als nieuwe kiezen doorkomen, zwelt vaak het tandvlees op. Dat is normaal. Het kan pijnlijk zijn, maar u hoeft niet ongerust te zijn. Bezoek regelmatig de tandarts voor controle.

Afwijkende tandstand
Veel mensen met een verstandelijke beperking hebben een afwijking in de stand, de vorm en het aantal tanden en kiezen. Als tanden netjes op een rijtje staan, kun je ze goed schoonmaken. Veel moeilijker wordt dat als ze schots- en scheef of bijvoorbeeld achter elkaar staan. Met de borstel kom je er moeilijk bij. Een afwijkende tandstand heeft meestal geen consequenties voor de gezondheid van tanden en kiezen.

Wat te doen bij een afwijkende tandstand
Extra aandacht voor mondhygiëne. Let vooral op de ruimten tussen de tanden en kiezen. Soms kan de tandarts een afwijkende tandstand verbeteren met een beugel of bijvoorbeeld met implantaten. Ook kan de tandarts adviseren de tandboog te verkorten (kiezen trekken) zodat tandenpoetsen makkelijker wordt.

Gebruik van medicijnen
Verschillende medicijnen hebben als bijwerking dat de speekselklieren worden geremd in de afgifte van speeksel. Dit zijn vooral medicijnen die gebruikt worden bij de behandeling tegen hoge bloeddruk (antihypertensiva), hartritmestoornissen (digoxine, anti-aritmica) of medicijnen, zoals antidepressiva, slaap- en plasmiddelen. De medicijnen tasten de speekselklieren zelf meestal niet aan, maar remmen alleen de speekselafgifte. Speeksel heeft een smerende werking bij het spreken, kauwen en slikken. Met behulp van speeksel kunnen we makkelijker bewegen met onze wangen, tong en lippen. Met speeksel bevochtigen we ons voedsel zodanig dat we het pijnloos kunnen doorslikken. Ook bevochtigt speeksel het mondslijmvlies, waarmee uitdroging wordt voorkomen. Bovendien heeft het een reinigende werking op tanden, kiezen en het mondslijmvlies. Daarnaast remt speeksel de werking en de groei van bacteriën en schimmels in de mond, waardoor mondinfecties worden voorkomen. Als uw kind of cliënt onvoldoende speeksel heeft, vormt tandplak zich sneller dan normaal. Hierdoor ontstaan er sneller gaatjes. Dit gebeurt vooral wanneer uw kind of cliënt regelmatig suikerbevattend voedsel eet of drinkt. In een droge mond treden de vorming van tandplak en gaatjes vooral op langs de randen van het tandvlees. Hierdoor kan bovendien het tandvlees gaan ontsteken. Medicijngebruik kan ook andere gevolgen hebben, zoals tandvleesgroei (middelen tegen epilepsie), verkleuringen van de tanden (chloorhexidine) en de productie van te veel speeksel, kwijlen dus (pijnstillende middelen, antipsychotica, middelen tegen beroertes).

Wat te doen bij een droge mond
AIs medicijngebruik de oorzaak is van de droge mond van uw kind of cliënt, overleg dan met de huisarts of specialist of u de soort medicijnen, de dosering of het tijdstip van toediening kunt aanpassen. U kunt de speekproductie van uw kind of cliënt stimuleren door hem voedsel te geven waarop hij goed moet kauwen. Denk aan stevige bruine boterhammen, wortels of suikervrije kauwgom. De afgifte van speeksel kan ook worden versterkt door het eten van licht zuur voedsel, zoals fruit of komkommer. Dit werkt vaak niet of onvoldoende bij mensen die reeds langer lijden aan het syndroom van Sjögren of die in het hoofd of de hals zijn bestraald.

Wat te doen bij tandvleesgroei
Vertel de tandarts of mondhygienist dat uw kind of cliënt met de medicijnen is begonnen. Meteen vanaf het begin is een extra goede mondhygiëne belangrijk. Dan kunt u tandvleesgroei bij uw kind of cliënt voorkomen. Het tandvlees groeit namelijk vooral op plaatsen waar tandplak zit. Het verwijderen van die tandplak is dus extra belangrijk. Zeker omdat het wegpoetsen op die plaatsen steeds moeilijker wordt. Rood, gezwollen en bloedend tandvlees is ontstoken. De ontsteking gaat nooit vanzelf weg. Een goede mondhygiëne is extra belangrijk. Bezoek regelmatig de tandarts of mondhygiënist om de mond van uw kind of cliënt te laten reinigen.

Wat te doen bij kwijlen
Door het eten van suikerbevattend voedsel neemt de speekselproductie toe. Geef uw kind of cliënt er daarom zo min mogelijk van. Sluit de mond van uw kind of cliënt zo veel mogelijk. Neem bij aanhoudende klachten contact op met uw huisarts, tandarts of logopedist.

Tandletsel
Kinderen en volwassenen met epilepsie kunnen op een onverwacht moment vallen. Iemand die op zijn gezicht valt, heeft kans op breuk of verlies van zijn tanden. Mensen die slecht ter been zijn, of anders motorisch zijn beperkt, lopen vaak instabieler en hebben daardoor meer kans op tandletsel. Dan is er een groep patiënten die zichzelf beschadigt. Zij lijden aan automutilatie. Automutilatie kan leiden tot tandletsel.

Wat te doen bij tandletsel
Als de tand is afgebroken, losstaat of uit de mond is: ga direct naar de tandarts. Houd (het afgebroken deel van) de tand nat in melk.

Gewoonten
Duimen in een mond met een blijvend gebit is slecht voor de stand van de tanden. Ook zuigen op doeken, spenen en vingers kan leiden tot een afwijkende tandstand. Mensen met een verstandelijke beperking zuigen vaak extreem, waardoor de tandstand verandert. Een afwijkende tandstand kan de mondhygiëne moeilijker maken. Maar ook nagelbijten en tandenknarsen (bruxisme) vergroten de kans op gebitsslijtage.

Wat te doen bij verkeerde gewoonten
Probeer de afwijkende gewoonten bij uw kind of cliënt af te leren. Stimuleer het positieve gedrag. Vraag advies aan uw tandarts,  mondhygiënist, logopedist of orthopedagoog.

Syndroom van Down
Mensen met het syndroom van Down hebben vaak slappe tong- en mondspieren. Die bemoeilijken het slikken, eten, drinken en spreken. Hierdoor werkt de zelfreinigende functie van de mond minder goed. Meer tandplak is het gevolg. Mensen met Down ademen meer door de mond. Een droge mond is dan het gevolg. Daardoor is de beschermende werking van het speeksel beperkt. Door de verminderde weerstand lopen deze mensen eerder ernstige (tandvlees)ontstekingen op. De wortels van tanden en kiezen van mensen met Down zijn bovendien vaak kort. Bij een tandvleesontsteking kunnen ze dus eerder los gaan staan.

down syndroom Tandletsel Medicijnen 2forteeth Tuitbeker

Tijdelijk scheve tanden in het kindergebit

De tanden van het blijvend gebit kunnen enigszins scheef doorbreken. Soms breken veel tanden tegelijk door. Dan lijkt het net alsof er ‘teveel’ tanden en kiezen in dat kleine mondje zijn gekomen. Dat is niet erg, want de kaak groeit nog even door. Dan komt er dus meer ruimte voor het blijvend gebit. Vaak komt het met de stand van de tanden uiteindelijk vanzelf goed.

Verzorging bij het wisselen

Duimzuigen
Veel peuters zuigen op hun duim, speen of vinger. Sommige kinderen persen hun tong bij het slikken tegen het gehemelte en drukken hem tussen de boven- en ondertanden. Duim-, vinger- of speenzuigen en tongpersen beïnvloeden de stand van de tanden. Probeer je kind het zuigen en tongpersen af te leren. Doe dat vóór het doorbreken van de blijvende voortanden. Geef bijvoorbeeld iets in handen of leid je kind overdag af. Of beloon je kind als het een bepaalde tijd is gestopt. Krijg je verkeerde gewoonten niet afgeleerd? Vraag dan je tandarts of mondhygiënist om advies.

Wanneer kan een brug nodig zijn?

  1. Om beter te kunnen kauwen.
  2. Verbetering van het uiterlijk.
  3. Om te voorkomen dat tanden en kiezen scheef gaan staan en/of gaan uitgroeien.Als tanden en kiezen ontbreken, kunnen de tanden of kiezen van de andere kaak in de richting van de open ruimte groeien. Ook kunnen de tanden of kiezen aan weerszijden van de open ruimte naar elkaar toe groeien, waardoor ze scheef gaan staan.

uitgroeien en scheef gaan staan van kiezen

« Terug naar het overzicht

Scheve tanden

« Terug naar het overzicht

Mondproblemen bij mensen met een verstandelijke beperking

Mensen met een verstandelijke beperking hebben meer kans op tandvleesontsteking en tandbederf (gaatjes). Dit heeft een aantal oorzaken:

Voeding
Vanwege kauw- en slikproblemen eten mensen met een verstandelijke beperking vaak vloeibaar, gepureerd of fijngesneden, zacht (sonde)voedsel. Ook houden ze voedsel vaak lang in de mond. Zacht voedsel zorgt ervoor dat de natuurlijke zelfreinigende werking van de mond vermindert. Consumptie van zachte (sonde)voeding werkt de vorming van tandplak in de hand. Eenmaal hard geworden tandplak wordt tandsteen. Aan tandsteen blijft makkelijk weer nieuwe plak ‘hangen’.

Wat te doen bij zachte voeding
Mondhygiëne is hier het sleutelwoord. Zorg ervoor dat u dagelijks alle tandplak verwijdert om gaatjes en tandvleesontsteking te voorkomen.

Verminderde natuurlijke reiniging van de mond
Niet alleen zacht voedsel zorgt voor een verminderde zelfreiniging van de mond. Ook stijve en slappe verlammingen van de mondspieren, voortdurend openhouden van de mond en mondademhaling zijn oorzaken van verminderde natuurlijke reiniging van de mond.

Wat te doen bij verminderde natuurlijke reiniging van de mond
Ook hier geldt: mondhygiëne. Zorg ervoor dat u dagelijks alle tandplak verwijdert om gaatjes en tandvleesontsteking te voorkomen.

Zuigen of sabbelen
Vaak sabbelen aan een zuigfles of anti-lekbeker met zoete inhoud, bijvoorbeeld vruchtensap, siroop, drinkyoghurt en andere melkproducten, kan het gebit aantasten. Omdat het gebit langdurig met suikers in aanraking komt, is er een grote kans op het ontstaan van zogenoemde zuigflescariës.

Wat te doen bij zuigen of sabbelen
Beperk de hoeveelheid zoete drankjes. Geef als alternatief zo mogelijk water of gewone thee zonder suiker. Laat uw kind of cliënt zoete drankjes in één keer achter elkaar opdrinken. Gebruik zo mogelijk een gewone beker, bijvoorbeeld met een rietje. ’s Avonds en ’s nachts is het drinken uit een zuigfles met zoete inhoud extra schadelijk. ’s Nachts kan het speeksel de zuuraanvallen op het gebit vrijwel niet herstellen. Het (’s nachts) drinken van water uit een zuigfles is overigens niet schadelijk.

Reflux en herkauwen van voedsel
Maagzuur is extreem zuur. Zuren die in de mond komen tasten het tandglazuur aan. Deze vorm van onherstelbare gebitsslijtage wordt tanderosie genoemd. Sommige cliënten brengen de maaginhoud terug in de mond (rumineren of herkauwen) of hebben last van spontane terugkeer van voedsel (reflux). Bij reflux vloeit maagzuur terug in de slokdarm tot in de mondholte als gevolg van een storing van de sluitspier tussen de slokdarm en de maag.

Wat te doen bij reflux of herkauwen
Zuurremmende medicijnen kunnen uitkomst bieden. Soms kan een refluxoperatie nodig zijn. Ook het aanpassen van de voeding kan effect hebben. Neem voor voedingsadviezen contact op met de diëtist(e).

Stoornis in de wisselvolgorde
Kinderen worden meestal tandeloos geboren. Een kind wisselt zijn melkgebit tussen zijn zesde en twaalfde levensjaar. Zo staat het tenminste in ‘de boekjes’. Bij uw kind of cliënt kan de wisselperiode een andere zijn. Kinderen met een verstandelijke beperking hebben vaak een kleine kaak. Hierdoor past het gebit er niet in. Vaak wisselt een kind niet al zijn tanden, maar gedeeltelijk, terwijl de blijvende tanden wel zijn aangelegd. Ook de tijdstippen waarop de tanden en kiezen doorkomen kunnen afwijken.

Wat te doen bij wisselen
Het glazuur van de pas doorgebroken tanden en kiezen is nog erg poreus en kwetsbaar. Poets de puntjes van de nieuwe tanden of kiezen direct mee zodra ze zijn doorgebroken. Als nieuwe kiezen doorkomen, zwelt vaak het tandvlees op. Dat is normaal. Het kan pijnlijk zijn, maar u hoeft niet ongerust te zijn. Bezoek regelmatig de tandarts voor controle.

Afwijkende tandstand
Veel mensen met een verstandelijke beperking hebben een afwijking in de stand, de vorm en het aantal tanden en kiezen. Als tanden netjes op een rijtje staan, kun je ze goed schoonmaken. Veel moeilijker wordt dat als ze schots- en scheef of bijvoorbeeld achter elkaar staan. Met de borstel kom je er moeilijk bij. Een afwijkende tandstand heeft meestal geen consequenties voor de gezondheid van tanden en kiezen.

Wat te doen bij een afwijkende tandstand
Extra aandacht voor mondhygiëne. Let vooral op de ruimten tussen de tanden en kiezen. Soms kan de tandarts een afwijkende tandstand verbeteren met een beugel of bijvoorbeeld met implantaten. Ook kan de tandarts adviseren de tandboog te verkorten (kiezen trekken) zodat tandenpoetsen makkelijker wordt.

Gebruik van medicijnen
Verschillende medicijnen hebben als bijwerking dat de speekselklieren worden geremd in de afgifte van speeksel. Dit zijn vooral medicijnen die gebruikt worden bij de behandeling tegen hoge bloeddruk (antihypertensiva), hartritmestoornissen (digoxine, anti-aritmica) of medicijnen, zoals antidepressiva, slaap- en plasmiddelen. De medicijnen tasten de speekselklieren zelf meestal niet aan, maar remmen alleen de speekselafgifte. Speeksel heeft een smerende werking bij het spreken, kauwen en slikken. Met behulp van speeksel kunnen we makkelijker bewegen met onze wangen, tong en lippen. Met speeksel bevochtigen we ons voedsel zodanig dat we het pijnloos kunnen doorslikken. Ook bevochtigt speeksel het mondslijmvlies, waarmee uitdroging wordt voorkomen. Bovendien heeft het een reinigende werking op tanden, kiezen en het mondslijmvlies. Daarnaast remt speeksel de werking en de groei van bacteriën en schimmels in de mond, waardoor mondinfecties worden voorkomen. Als uw kind of cliënt onvoldoende speeksel heeft, vormt tandplak zich sneller dan normaal. Hierdoor ontstaan er sneller gaatjes. Dit gebeurt vooral wanneer uw kind of cliënt regelmatig suikerbevattend voedsel eet of drinkt. In een droge mond treden de vorming van tandplak en gaatjes vooral op langs de randen van het tandvlees. Hierdoor kan bovendien het tandvlees gaan ontsteken. Medicijngebruik kan ook andere gevolgen hebben, zoals tandvleesgroei (middelen tegen epilepsie), verkleuringen van de tanden (chloorhexidine) en de productie van te veel speeksel, kwijlen dus (pijnstillende middelen, antipsychotica, middelen tegen beroertes).

Wat te doen bij een droge mond
AIs medicijngebruik de oorzaak is van de droge mond van uw kind of cliënt, overleg dan met de huisarts of specialist of u de soort medicijnen, de dosering of het tijdstip van toediening kunt aanpassen. U kunt de speekproductie van uw kind of cliënt stimuleren door hem voedsel te geven waarop hij goed moet kauwen. Denk aan stevige bruine boterhammen, wortels of suikervrije kauwgom. De afgifte van speeksel kan ook worden versterkt door het eten van licht zuur voedsel, zoals fruit of komkommer. Dit werkt vaak niet of onvoldoende bij mensen die reeds langer lijden aan het syndroom van Sjögren of die in het hoofd of de hals zijn bestraald.

Wat te doen bij tandvleesgroei
Vertel de tandarts of mondhygienist dat uw kind of cliënt met de medicijnen is begonnen. Meteen vanaf het begin is een extra goede mondhygiëne belangrijk. Dan kunt u tandvleesgroei bij uw kind of cliënt voorkomen. Het tandvlees groeit namelijk vooral op plaatsen waar tandplak zit. Het verwijderen van die tandplak is dus extra belangrijk. Zeker omdat het wegpoetsen op die plaatsen steeds moeilijker wordt. Rood, gezwollen en bloedend tandvlees is ontstoken. De ontsteking gaat nooit vanzelf weg. Een goede mondhygiëne is extra belangrijk. Bezoek regelmatig de tandarts of mondhygiënist om de mond van uw kind of cliënt te laten reinigen.

Wat te doen bij kwijlen
Door het eten van suikerbevattend voedsel neemt de speekselproductie toe. Geef uw kind of cliënt er daarom zo min mogelijk van. Sluit de mond van uw kind of cliënt zo veel mogelijk. Neem bij aanhoudende klachten contact op met uw huisarts, tandarts of logopedist.

Tandletsel
Kinderen en volwassenen met epilepsie kunnen op een onverwacht moment vallen. Iemand die op zijn gezicht valt, heeft kans op breuk of verlies van zijn tanden. Mensen die slecht ter been zijn, of anders motorisch zijn beperkt, lopen vaak instabieler en hebben daardoor meer kans op tandletsel. Dan is er een groep patiënten die zichzelf beschadigt. Zij lijden aan automutilatie. Automutilatie kan leiden tot tandletsel.

Wat te doen bij tandletsel
Als de tand is afgebroken, losstaat of uit de mond is: ga direct naar de tandarts. Houd (het afgebroken deel van) de tand nat in melk.

Gewoonten
Duimen in een mond met een blijvend gebit is slecht voor de stand van de tanden. Ook zuigen op doeken, spenen en vingers kan leiden tot een afwijkende tandstand. Mensen met een verstandelijke beperking zuigen vaak extreem, waardoor de tandstand verandert. Een afwijkende tandstand kan de mondhygiëne moeilijker maken. Maar ook nagelbijten en tandenknarsen (bruxisme) vergroten de kans op gebitsslijtage.

Wat te doen bij verkeerde gewoonten
Probeer de afwijkende gewoonten bij uw kind of cliënt af te leren. Stimuleer het positieve gedrag. Vraag advies aan uw tandarts,  mondhygiënist, logopedist of orthopedagoog.

Syndroom van Down
Mensen met het syndroom van Down hebben vaak slappe tong- en mondspieren. Die bemoeilijken het slikken, eten, drinken en spreken. Hierdoor werkt de zelfreinigende functie van de mond minder goed. Meer tandplak is het gevolg. Mensen met Down ademen meer door de mond. Een droge mond is dan het gevolg. Daardoor is de beschermende werking van het speeksel beperkt. Door de verminderde weerstand lopen deze mensen eerder ernstige (tandvlees)ontstekingen op. De wortels van tanden en kiezen van mensen met Down zijn bovendien vaak kort. Bij een tandvleesontsteking kunnen ze dus eerder los gaan staan.

down syndroom Tandletsel Medicijnen 2forteeth Tuitbeker

Tijdelijk scheve tanden in het kindergebit

De tanden van het blijvend gebit kunnen enigszins scheef doorbreken. Soms breken veel tanden tegelijk door. Dan lijkt het net alsof er ‘teveel’ tanden en kiezen in dat kleine mondje zijn gekomen. Dat is niet erg, want de kaak groeit nog even door. Dan komt er dus meer ruimte voor het blijvend gebit. Vaak komt het met de stand van de tanden uiteindelijk vanzelf goed.

Verzorging bij het wisselen

Duimzuigen
Veel peuters zuigen op hun duim, speen of vinger. Sommige kinderen persen hun tong bij het slikken tegen het gehemelte en drukken hem tussen de boven- en ondertanden. Duim-, vinger- of speenzuigen en tongpersen beïnvloeden de stand van de tanden. Probeer je kind het zuigen en tongpersen af te leren. Doe dat vóór het doorbreken van de blijvende voortanden. Geef bijvoorbeeld iets in handen of leid je kind overdag af. Of beloon je kind als het een bepaalde tijd is gestopt. Krijg je verkeerde gewoonten niet afgeleerd? Vraag dan je tandarts of mondhygiënist om advies.

Wanneer kan een brug nodig zijn?

  1. Om beter te kunnen kauwen.
  2. Verbetering van het uiterlijk.
  3. Om te voorkomen dat tanden en kiezen scheef gaan staan en/of gaan uitgroeien.Als tanden en kiezen ontbreken, kunnen de tanden of kiezen van de andere kaak in de richting van de open ruimte groeien. Ook kunnen de tanden of kiezen aan weerszijden van de open ruimte naar elkaar toe groeien, waardoor ze scheef gaan staan.

uitgroeien en scheef gaan staan van kiezen

« Terug naar het overzicht

Röntgenstraling

« Terug naar het overzicht

Hoe verloopt de behandeling voor een overkappingsprothese?

Voorbehandelingen
Voordat de tandarts de overkappingsprothese kan maken, moet hij een aantal voorbereidingen uitvoeren, de zogenoemde voorbehandelingen.

Het uitkiezen van de wortels
Eerst kijkt de tandarts zorgvuldig welke wortels van uw tanden of kiezen hij het beste kan gebruiken. Vaak zijn dit de wortels van de hoektanden. Om de kwaliteit van uw wortels goed te kunnen beoordelen, zal uw tandarts röntgenfoto’s maken.

Het trekken van de kiezen
Meestal zal uw tandarts daarna de kiezen trekken die hij niet onder de overkappingsprothese gebruikt. Na het trekken moeten de wonden enige tijd gelegenheid krijgen om te genezen. Uw voortanden blijven dus voorlopig nog staan.

In het begin is het zonder kiezen een beetje behelpen. Maar u zult zien dat het toch wel snel meevalt. Neem contact op met uw tandarts als het niet zo is. Kort na het trekken van uw kiezen zijn de wonden nog niet goed genezen. Dan kunt u het beste zacht voedsel nemen. Daarna kunt u weer proberen te eten wat u gewend was.

De voorbehandeling van de wortels
De tanden of kiezen waarvan de wortels worden gebruikt, krijgen doorgaans een voorbehandeling. Elke wortel heeft binnenin een holte. Uw tandarts reinigt en vult die. Hij voert dus een wortelkanaalbehandeling uit. Dit voorkomt dat er later ontstekingen aan de wortels ontstaan. Soms is deze behandeling in het verleden al uitgevoerd. Dan hoeft uw tandarts dit meestal niet nog eens te doen.

Wat gebeurt er bij het maken van röntgenfoto’s?

Voor het maken van een röntgenfoto richt de tandarts het röntgenaparaat op het te fotograferen gedeelte van het gebit of de kaak. Vervolgens schakelt hij of zij het röntgenapparaat korte tijd in, meestal een halve tot anderhalve seconde. Gedurende die tijd komt de straling uit het apparaat, dringt door het gebit en de kaak en valt op de film. Wanneer het filmpje is ontwikkeld, zien we daarop lichte en donkere gedeelten. Op de plaats van de lichte gedeelten is weinig straling doorgelaten, daar zitten de harde weefsels. Donkere gedeelten ontstaan daar waar de straling gemakkelijk door de weefsels heen kan dringen.

Wat zijn röntgenfoto’s?

Röntgenfoto’s zijn foto’s die worden gemaakt met behulp van röntgenstraling. Röntgenstraling is vergelijkbaar met radiogolven en ook onzichtbaar. Röntgengolven kunnen door allerlei delen van het menselijk lichaam, zoals botten en spieren, heendringen. Daarom kunnen röntgenfoto’s worden gebruikt om een beeld te krijgen van de inwendige bouw van ons lichaam. Röntgenfoto’s zijn een belangrijk hulpmiddel in de geneeskunde en in de tandheelkunde.

Waarom maakt de tandarts röntgenfoto’s?

De tandarts onderzoekt de mond met een spiegeltje en een sonde (het ‘haakje’), maar daarmee kan hij alleen de buitenkant van de tanden en kiezen en het tandvlees zien en aftasten. Wat daaronder zit is niet bereikbaar. Wanneer de tandarts vermoedt dat er meer aan de hand is dan wat tijdens dit onderzoek kan worden ontdekt, maakt hij of zij een röntgenfoto. Met behulp van een röntgenfoto kan de tandarts eventuele afwijkingen in een vroeg stadium herkennen. Hoe eerder tandheelkundige problemen worden ontdekt, des te beter. Dan kunnen ze bijtijds worden behandeld, zodat ernstigere problemen worden voorkomen.

Wanneer maakt de tandarts röntgenfoto’s?

De tandarts maakt alleen röntgenfoto’s als er een bepaalde reden voor is. Deze reden kan heel verschillend zijn. Hier volgen enkele voorbeelden.

  1. Onzichtbare gaatjes en wortelpuntontstekingen
    De tandarts maakt soms röntgenfoto’s als hij vermoedt dat er gaatjes tussen tanden en kiezen of onder een vulling zitten, of wanneer hij vermoedt dat er sprake is van een wortelpuntontsteking.
    2. Samenstelling van het gebit
    Op röntgenfoto’s kan men zien of alle tanden en kiezen, die bij kinderen nog moeten doorbreken, aanwezig zijn.
    3. Ontstoken tandvlees
    Een veel voorkomend verschijnsel is ontstoken tandvlees. Hierdoor kan het bot rondom de tanden en kiezen verdwijnen.

    4.Tandwortelrest
    Indien in het verleden een tand of kies getrokken is, kan het soms voorkomen dat een deel van de tandwortel in de kaak is achtergebleven. Soms kan dit klachten veroorzaken. Op een röntgenfoto kan de tandarts zien of er zich nog een wortelrest in de kaak bevindt. Ook van de tandeloze kaken kunnen foto’s gemaakt worden om te controleren of er nog wortelresten in de kaak aanwezig zijn. Vaak moeten deze worden verwijderd.

Hoe maakt de tandarts röntgenfoto’s?

Foto van één of enkele tanden en kiezen
Het maken van foto’s kan op twee manieren gebeuren. Bij de ene manier klemt u een speciale houder met een film tussen de tanden en kiezen.
Bij de andere manier houdt u de film zelf met de vinger tegen de binnenkant van de tand of kies. Daarna richt de tandarts het röntgenapparaat van buitenaf op de film en maakt de opname.

Panoramafoto
Een overzichtsfoto van boven- en onderkaak, een panoramafoto, wordt gemaakt met een apparaat dat rondom uw hoofd draait. Omdat de opname ongeveer 15 seconden duurt, moet voorkomen worden, dat u uw hoofd beweegt. Uw hoofd wordt daarom door een stuen op zijn plaats gehouden.

Röntgen-schedelprofiel foto
De orthodontist (beugeltandarts) gebruikt bij het maken van een behandelplan vaak een röntgen-schedelprofiel foto (RPS). Deze foto wordt met een apparaat gemaakt dat op een vaste afstand van het hoofd staat. Om ervoor te zorgen dat de foto’s op steeds dezelfde manier worden genomen, wordt het hoofd in een steun geplaatst.

Is het maken van een röntgenfoto bij de tandarts schadelijk?

Bij het maken van röntgenfoto’s bij de tandarts gebruikt men een zeer kleine hoeveelheid straling, waardoor de kans op nadelige gevolgen voor de gezondheid gering is. Deze kans is zo klein dat dit nauwelijks in een getal is uit te drukken. Om dit duidelijker te maken vergelijken we het met een aantal situaties uit het dagelijks leven. Zo is het stralingsrisico van het maken van twee röntgenfoto’s vergelijkbaar met dat van een vliegreis van Nederland naar de Verenigde Staten. Bij het vliegen staan we bloot aan meer straling, deze is op grote hoogte sterker dan op de grond.

Het risico is ook vergelijkbaar met een wintersportvakantie van 14 dagen. In hoge gebieden worden we eveneens aan meer straling blootgesteld. Toch moet bij straling, hoe weinig ook, zorgvuldig te werk worden gegaan. Elke keer als een röntgenfoto gewenst is, moet het nut daarvan worden afgewogen tegen het risico van het niet, of te laat ontdekken van een ontsteking of een andere tandheelkundige afwijking.

Er is al vaker een röntgenfoto bij mij gemaakt, ook in het ziekenhuis. Mag de tandarts nu ook nog een foto maken?

Ja. De tandarts zal de voordelen van het maken van een röntgenfoto altijd afwegen tegen de nadelen. Maar het is wel goed dat u de tandarts vertelt wanneer er voor het laatst bij u een röntgenfoto is gemaakt. De tandarts kan daarmee rekening houden bij de beoordeling of een röntgenfoto nodig is. Als u bijvoorbeeld van tandarts bent veranderd en deze opnieuw röntgenfoto’s wil maken, vraag dan of u vorige tandarts de eerder bij u genomen röntgenfoto’s heeft doorgestuurd.

Waarom neemt de tandarts voor zichzelf extra maatregelen om zich te beschermen als hij of zij een röntgenfoto maakt?

U ontvangt maar één enkele keer röntgenstraling, maar de tandarts maakt veel vaker een röntgenfoto. Als de tandarts elke keer dicht bij u blijft staan, wordt hij onnodig vaak aan röntgenstraling blootgesteld. Daarom gaat de tandarts bij het maken van een röntgenfoto soms achter een deur of schot staan om zich tegen de röntgenstraling te beschermen.

Als ik zwanger ben, mogen er dan röntgenfoto’s worden gemaakt?

Tandheelkundige röntgenfoto’s kunnen zonder bezwaar worden gemaakt. Alleen röntgenopnamen in een ziekenhuis waarbij de straling op de nog niet geboren baby wordt gericht, dienen zo mogelijk te worden uitgesteld tot na de zwangerschap.

Als ik overgevoelig ben voor medicijnen, ben ik dan ook allergisch voor röntgenfoto’s?

Röntgenstraling en medicijnen zijn niet met elkaar te vergelijken. De overgevoeligheid die kan bestaan bij gebruik van medicijnen is gebaseerd op een afweerreactie. Röntgenstraling kan zo’n reactie niet opwekken. U hoeft dus niet bang te zijn dat er allergische reacties optreden.

Met je piercing naar de tandarts

Laat je mondzorgverlener weten dat je een mondpiercing draagt. Laat controleren of je piercing invloed heeft op je gebit en mondgezondheid. In geval van een verdoving in de onderkaak kan de behandelaar vragen je piercing weg te halen. Naar het ziekenhuis? Zorg dan dat je je mondpiercing(s) verwijdert als er röntgenfoto’s van je hoofd-halsgebied worden gemaakt.

mondonderzoek

Tandheelkundige behandelingen bij zwangerschap

Vertel je tandarts of mondhygiënist voorafgaand aan de controle dat je zwanger bent. De eerste drie maanden van de zwangerschap is hij voor de zekerheid terughoudend met het maken van röntgenfoto’s. Soms worden uitgebreide tandheelkundige behandelingen uitgesteld tot na de bevalling. Maar de meeste tandheelkundige behandelingen kun je zonder risico tijdens de zwangerschap ondergaan, ook met verdoving.

Basisadvies Fluoride - kindertandenborstel

Naar wie ga je toe voor een beugel?

Een orthodontist is een tandarts die is gespecialiseerd in beugelbehandelingen. Sommige tandartsen kunnen dit ook zelf. Voordat je een beugel krijgt wordt eerst een onderzoek gedaan. Nadat in je mond is gekeken worden gewone foto’s en röntgenfoto’s van je gezicht en van je gebit gemaakt. Er worden afdrukken van je gebit gemaakt met een soort klei dat naar pepermunt smaakt. Ook kan het zo zijn dat je niet hoeft te happen, maar dat de orthodontist of tandarts jouw tanden en kiezen scant. Daarna wordt precies bekeken wat er aan de hand is. Samen met jou en je ouders wordt daarna besproken wat er aan je gebit veranderd kan worden en met welke beugels dat kan.

Afdruk - slotjesbeugel

Wanneer is een behandeling met implantaten mogelijk?

In principe kan bij iedereen met volgroeid kaakbot (vanaf ongeveer achttien jaar) een implantaat worden geplaatst. Voor een succesvolle behandeling moet u wel aan enkele voorwaarden voldoen:

  • Er moet voldoende kaakbot in hoogte én in breedte zijn.
  • Het kaakbot moet gezond zijn.
  • Ook het tandvlees van de resterende tanden moet gezond zijn. Is dat niet het geval dan moet dat eerst worden behandeld.
  • De aangebrachte voorzieningen moeten goed worden onderhouden.

Roken en bovenmatig alcoholgebruik hebben een nadelige invloed op het succes van de implantaten.

De behandelaar beoordeelt aan de hand van röntgenfoto’s of u voldoende kaakbot heeft en of het kaakbot geschikt is om te implanteren. Soms is het nodig nieuw kaakbot te maken op plaatsen waar onvoldoende bot is.

« Terug naar het overzicht

Röntgenfoto’s

« Terug naar het overzicht

Hoe verloopt de behandeling voor een overkappingsprothese?

Voorbehandelingen
Voordat de tandarts de overkappingsprothese kan maken, moet hij een aantal voorbereidingen uitvoeren, de zogenoemde voorbehandelingen.

Het uitkiezen van de wortels
Eerst kijkt de tandarts zorgvuldig welke wortels van uw tanden of kiezen hij het beste kan gebruiken. Vaak zijn dit de wortels van de hoektanden. Om de kwaliteit van uw wortels goed te kunnen beoordelen, zal uw tandarts röntgenfoto’s maken.

Het trekken van de kiezen
Meestal zal uw tandarts daarna de kiezen trekken die hij niet onder de overkappingsprothese gebruikt. Na het trekken moeten de wonden enige tijd gelegenheid krijgen om te genezen. Uw voortanden blijven dus voorlopig nog staan.

In het begin is het zonder kiezen een beetje behelpen. Maar u zult zien dat het toch wel snel meevalt. Neem contact op met uw tandarts als het niet zo is. Kort na het trekken van uw kiezen zijn de wonden nog niet goed genezen. Dan kunt u het beste zacht voedsel nemen. Daarna kunt u weer proberen te eten wat u gewend was.

De voorbehandeling van de wortels
De tanden of kiezen waarvan de wortels worden gebruikt, krijgen doorgaans een voorbehandeling. Elke wortel heeft binnenin een holte. Uw tandarts reinigt en vult die. Hij voert dus een wortelkanaalbehandeling uit. Dit voorkomt dat er later ontstekingen aan de wortels ontstaan. Soms is deze behandeling in het verleden al uitgevoerd. Dan hoeft uw tandarts dit meestal niet nog eens te doen.

Wat gebeurt er bij het maken van röntgenfoto’s?

Voor het maken van een röntgenfoto richt de tandarts het röntgenaparaat op het te fotograferen gedeelte van het gebit of de kaak. Vervolgens schakelt hij of zij het röntgenapparaat korte tijd in, meestal een halve tot anderhalve seconde. Gedurende die tijd komt de straling uit het apparaat, dringt door het gebit en de kaak en valt op de film. Wanneer het filmpje is ontwikkeld, zien we daarop lichte en donkere gedeelten. Op de plaats van de lichte gedeelten is weinig straling doorgelaten, daar zitten de harde weefsels. Donkere gedeelten ontstaan daar waar de straling gemakkelijk door de weefsels heen kan dringen.

Wat zijn röntgenfoto’s?

Röntgenfoto’s zijn foto’s die worden gemaakt met behulp van röntgenstraling. Röntgenstraling is vergelijkbaar met radiogolven en ook onzichtbaar. Röntgengolven kunnen door allerlei delen van het menselijk lichaam, zoals botten en spieren, heendringen. Daarom kunnen röntgenfoto’s worden gebruikt om een beeld te krijgen van de inwendige bouw van ons lichaam. Röntgenfoto’s zijn een belangrijk hulpmiddel in de geneeskunde en in de tandheelkunde.

Waarom maakt de tandarts röntgenfoto’s?

De tandarts onderzoekt de mond met een spiegeltje en een sonde (het ‘haakje’), maar daarmee kan hij alleen de buitenkant van de tanden en kiezen en het tandvlees zien en aftasten. Wat daaronder zit is niet bereikbaar. Wanneer de tandarts vermoedt dat er meer aan de hand is dan wat tijdens dit onderzoek kan worden ontdekt, maakt hij of zij een röntgenfoto. Met behulp van een röntgenfoto kan de tandarts eventuele afwijkingen in een vroeg stadium herkennen. Hoe eerder tandheelkundige problemen worden ontdekt, des te beter. Dan kunnen ze bijtijds worden behandeld, zodat ernstigere problemen worden voorkomen.

Wanneer maakt de tandarts röntgenfoto’s?

De tandarts maakt alleen röntgenfoto’s als er een bepaalde reden voor is. Deze reden kan heel verschillend zijn. Hier volgen enkele voorbeelden.

  1. Onzichtbare gaatjes en wortelpuntontstekingen
    De tandarts maakt soms röntgenfoto’s als hij vermoedt dat er gaatjes tussen tanden en kiezen of onder een vulling zitten, of wanneer hij vermoedt dat er sprake is van een wortelpuntontsteking.
    2. Samenstelling van het gebit
    Op röntgenfoto’s kan men zien of alle tanden en kiezen, die bij kinderen nog moeten doorbreken, aanwezig zijn.
    3. Ontstoken tandvlees
    Een veel voorkomend verschijnsel is ontstoken tandvlees. Hierdoor kan het bot rondom de tanden en kiezen verdwijnen.

    4.Tandwortelrest
    Indien in het verleden een tand of kies getrokken is, kan het soms voorkomen dat een deel van de tandwortel in de kaak is achtergebleven. Soms kan dit klachten veroorzaken. Op een röntgenfoto kan de tandarts zien of er zich nog een wortelrest in de kaak bevindt. Ook van de tandeloze kaken kunnen foto’s gemaakt worden om te controleren of er nog wortelresten in de kaak aanwezig zijn. Vaak moeten deze worden verwijderd.

Hoe maakt de tandarts röntgenfoto’s?

Foto van één of enkele tanden en kiezen
Het maken van foto’s kan op twee manieren gebeuren. Bij de ene manier klemt u een speciale houder met een film tussen de tanden en kiezen.
Bij de andere manier houdt u de film zelf met de vinger tegen de binnenkant van de tand of kies. Daarna richt de tandarts het röntgenapparaat van buitenaf op de film en maakt de opname.

Panoramafoto
Een overzichtsfoto van boven- en onderkaak, een panoramafoto, wordt gemaakt met een apparaat dat rondom uw hoofd draait. Omdat de opname ongeveer 15 seconden duurt, moet voorkomen worden, dat u uw hoofd beweegt. Uw hoofd wordt daarom door een stuen op zijn plaats gehouden.

Röntgen-schedelprofiel foto
De orthodontist (beugeltandarts) gebruikt bij het maken van een behandelplan vaak een röntgen-schedelprofiel foto (RPS). Deze foto wordt met een apparaat gemaakt dat op een vaste afstand van het hoofd staat. Om ervoor te zorgen dat de foto’s op steeds dezelfde manier worden genomen, wordt het hoofd in een steun geplaatst.

Is het maken van een röntgenfoto bij de tandarts schadelijk?

Bij het maken van röntgenfoto’s bij de tandarts gebruikt men een zeer kleine hoeveelheid straling, waardoor de kans op nadelige gevolgen voor de gezondheid gering is. Deze kans is zo klein dat dit nauwelijks in een getal is uit te drukken. Om dit duidelijker te maken vergelijken we het met een aantal situaties uit het dagelijks leven. Zo is het stralingsrisico van het maken van twee röntgenfoto’s vergelijkbaar met dat van een vliegreis van Nederland naar de Verenigde Staten. Bij het vliegen staan we bloot aan meer straling, deze is op grote hoogte sterker dan op de grond.

Het risico is ook vergelijkbaar met een wintersportvakantie van 14 dagen. In hoge gebieden worden we eveneens aan meer straling blootgesteld. Toch moet bij straling, hoe weinig ook, zorgvuldig te werk worden gegaan. Elke keer als een röntgenfoto gewenst is, moet het nut daarvan worden afgewogen tegen het risico van het niet, of te laat ontdekken van een ontsteking of een andere tandheelkundige afwijking.

Er is al vaker een röntgenfoto bij mij gemaakt, ook in het ziekenhuis. Mag de tandarts nu ook nog een foto maken?

Ja. De tandarts zal de voordelen van het maken van een röntgenfoto altijd afwegen tegen de nadelen. Maar het is wel goed dat u de tandarts vertelt wanneer er voor het laatst bij u een röntgenfoto is gemaakt. De tandarts kan daarmee rekening houden bij de beoordeling of een röntgenfoto nodig is. Als u bijvoorbeeld van tandarts bent veranderd en deze opnieuw röntgenfoto’s wil maken, vraag dan of u vorige tandarts de eerder bij u genomen röntgenfoto’s heeft doorgestuurd.

Waarom neemt de tandarts voor zichzelf extra maatregelen om zich te beschermen als hij of zij een röntgenfoto maakt?

U ontvangt maar één enkele keer röntgenstraling, maar de tandarts maakt veel vaker een röntgenfoto. Als de tandarts elke keer dicht bij u blijft staan, wordt hij onnodig vaak aan röntgenstraling blootgesteld. Daarom gaat de tandarts bij het maken van een röntgenfoto soms achter een deur of schot staan om zich tegen de röntgenstraling te beschermen.

Als ik zwanger ben, mogen er dan röntgenfoto’s worden gemaakt?

Tandheelkundige röntgenfoto’s kunnen zonder bezwaar worden gemaakt. Alleen röntgenopnamen in een ziekenhuis waarbij de straling op de nog niet geboren baby wordt gericht, dienen zo mogelijk te worden uitgesteld tot na de zwangerschap.

Als ik overgevoelig ben voor medicijnen, ben ik dan ook allergisch voor röntgenfoto’s?

Röntgenstraling en medicijnen zijn niet met elkaar te vergelijken. De overgevoeligheid die kan bestaan bij gebruik van medicijnen is gebaseerd op een afweerreactie. Röntgenstraling kan zo’n reactie niet opwekken. U hoeft dus niet bang te zijn dat er allergische reacties optreden.

Met je piercing naar de tandarts

Laat je mondzorgverlener weten dat je een mondpiercing draagt. Laat controleren of je piercing invloed heeft op je gebit en mondgezondheid. In geval van een verdoving in de onderkaak kan de behandelaar vragen je piercing weg te halen. Naar het ziekenhuis? Zorg dan dat je je mondpiercing(s) verwijdert als er röntgenfoto’s van je hoofd-halsgebied worden gemaakt.

mondonderzoek

Tandheelkundige behandelingen bij zwangerschap

Vertel je tandarts of mondhygiënist voorafgaand aan de controle dat je zwanger bent. De eerste drie maanden van de zwangerschap is hij voor de zekerheid terughoudend met het maken van röntgenfoto’s. Soms worden uitgebreide tandheelkundige behandelingen uitgesteld tot na de bevalling. Maar de meeste tandheelkundige behandelingen kun je zonder risico tijdens de zwangerschap ondergaan, ook met verdoving.

Basisadvies Fluoride - kindertandenborstel

Naar wie ga je toe voor een beugel?

Een orthodontist is een tandarts die is gespecialiseerd in beugelbehandelingen. Sommige tandartsen kunnen dit ook zelf. Voordat je een beugel krijgt wordt eerst een onderzoek gedaan. Nadat in je mond is gekeken worden gewone foto’s en röntgenfoto’s van je gezicht en van je gebit gemaakt. Er worden afdrukken van je gebit gemaakt met een soort klei dat naar pepermunt smaakt. Ook kan het zo zijn dat je niet hoeft te happen, maar dat de orthodontist of tandarts jouw tanden en kiezen scant. Daarna wordt precies bekeken wat er aan de hand is. Samen met jou en je ouders wordt daarna besproken wat er aan je gebit veranderd kan worden en met welke beugels dat kan.

Afdruk - slotjesbeugel

Wanneer is een behandeling met implantaten mogelijk?

In principe kan bij iedereen met volgroeid kaakbot (vanaf ongeveer achttien jaar) een implantaat worden geplaatst. Voor een succesvolle behandeling moet u wel aan enkele voorwaarden voldoen:

  • Er moet voldoende kaakbot in hoogte én in breedte zijn.
  • Het kaakbot moet gezond zijn.
  • Ook het tandvlees van de resterende tanden moet gezond zijn. Is dat niet het geval dan moet dat eerst worden behandeld.
  • De aangebrachte voorzieningen moeten goed worden onderhouden.

Roken en bovenmatig alcoholgebruik hebben een nadelige invloed op het succes van de implantaten.

De behandelaar beoordeelt aan de hand van röntgenfoto’s of u voldoende kaakbot heeft en of het kaakbot geschikt is om te implanteren. Soms is het nodig nieuw kaakbot te maken op plaatsen waar onvoldoende bot is.

« Terug naar het overzicht

RSP

« Terug naar het overzicht

Hoe maakt de tandarts röntgenfoto’s?

Foto van één of enkele tanden en kiezen
Het maken van foto’s kan op twee manieren gebeuren. Bij de ene manier klemt u een speciale houder met een film tussen de tanden en kiezen.
Bij de andere manier houdt u de film zelf met de vinger tegen de binnenkant van de tand of kies. Daarna richt de tandarts het röntgenapparaat van buitenaf op de film en maakt de opname.

Panoramafoto
Een overzichtsfoto van boven- en onderkaak, een panoramafoto, wordt gemaakt met een apparaat dat rondom uw hoofd draait. Omdat de opname ongeveer 15 seconden duurt, moet voorkomen worden, dat u uw hoofd beweegt. Uw hoofd wordt daarom door een stuen op zijn plaats gehouden.

Röntgen-schedelprofiel foto
De orthodontist (beugeltandarts) gebruikt bij het maken van een behandelplan vaak een röntgen-schedelprofiel foto (RPS). Deze foto wordt met een apparaat gemaakt dat op een vaste afstand van het hoofd staat. Om ervoor te zorgen dat de foto’s op steeds dezelfde manier worden genomen, wordt het hoofd in een steun geplaatst.

« Terug naar het overzicht